Doorslag van een getypte brief (administratieve correspondentie).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (administratieve correspondentie). 4 juni 1943. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis Kamer 163, Amsterdam-Centrum. [Linksboven, handgeschreven in blauwe inkt:]
~~37/2/76~~
37/2/76 M.
37/2/76.
[Midden boven, handgeschreven in blauwe inkt:]
Tussendoor 7/6
[Rechtsboven, getypt:]
SV
[Rechtsboven, datum getypt:]
4 Juni 1943.
[Adresseringsblok:]
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie
Raadhuis Kamer 163
Amsterdam-Centrum. wijk 3
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18 Mei jl.
(no. S.I. 2873/111), doe ik U hierbij een op deze
aanvrage betrekking hebbend rapport, van den Subagent
van den A.B.D., toekomen.
Dezerzijds bestaat tegen het verleenen van de
gevraagde vergunning geen bezwaar.
De Directeur, * **Inhoud:** De brief is een formeel advies met betrekking tot een aanvraag voor een benzinevergunning. De directeur van een niet nader genoemde afdeling reageert op een eerdere brief van de Stadsingenieur. Hij voegt een rapport bij van een "Subagent van den A.B.D." (waarschijnlijk de Algemeene Bedrijfs-Dienst van de gemeente Amsterdam). De conclusie is positief: er is geen bezwaar tegen het verlenen van de vergunning.
- Terminologie: "Dezerzijds" en het gebruik van de naamval ("den Heer", "den Subagent") zijn typerend voor de formele ambtelijke schrijftaal van die periode.
- Archiefnotities: De herhaalde handgeschreven nummers (37/2/76) zijn dossier- of archiefnummers. De notitie "Tussendoor 7/6" (of mogelijk "Ingezonden") verwijst vermoedelijk naar de datum van verdere verwerking of ontvangst (7 juni). Dit document stamt uit juni 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Brandstof, zoals benzine, was in deze periode extreem schaars en stond onder streng toezicht van de autoriteiten.
Het bestaan van een "Kleine Benzinecommissie" illustreert de verregaande bureaucratie die nodig was om de beperkte middelen te rantsoeneren. Alleen voor strikt noodzakelijke (bedrijfs)werkzaamheden werd er, na uitgebreide rapportage door instanties zoals de A.B.D., een vergunning afgegeven. Dit document geeft een inkijkje in hoe het dagelijks gemeentelijk apparaat in Amsterdam bleef functioneren onder de restricties van de bezettingstijd. Gemeente Amsterdam