Officieel formulier/oproepkaart van de marktinsprectie.
Origineel
Officieel formulier/oproepkaart van de marktinsprectie. 27 februari 1939 (met potloodaantekening van 23 februari 1939). Linkerzijde (gedrukt en handgeschreven):
№ 27/20/2 M. 1939 [paarse stempel met handgeschreven toevoeging]
23/2/39 [potloodaantekening bovenin]
Opgeroepen per
(datum) 27 Febr. 1939
(uur) 9
wegens niet geregeld bezetten plaats op de markt
Ten Katestraat
pl. no. 160
Aan C. P. Westers – Goebel
De Clercqstr. 92 hs
Rechterzijde (handgeschreven onder kop):
Aanteekeningen Inspecteur:
Zal van heden af
weer twee maal
per week plaats op
de markt innemen
27-2-39
[Handtekening, mogelijk De Haan]
St. Vrij ter kennisneming
en retour.
[Grote krachtige handtekening/paraf, mogelijk Th. Vrij] Dit document is een administratieve vastlegging van een verzuim door een marktkoopman/-vrouw in Amsterdam kort voor de Tweede Wereldoorlog. In het gereguleerde marktsysteem van die tijd was het verplicht om een toegewezen vaste staanplaats (in dit geval nummer 160 op de Ten Katemarkt) ook daadwerkelijk en regelmatig te gebruiken. Wie dit niet deed, riskeerde het recht op de plaats te verliezen.
Uit de "Aanteekeningen Inspecteur" blijkt dat de betrokkene op het matje is geroepen (de oproep voor 27 februari om 9:00 uur). Het resultaat van dit gesprek is dat de marktkoopman heeft toegezegd "van heden af weer twee maal per week" de plaats in te nemen. Hiermee lijkt de kwestie vooralsnog afgedaan, mits de afspraak wordt nagekomen.
De adressering "hs" (huis) bij de De Clercqstraat 92 duidt op een woning op de begane grond, wat destijds gebruikelijk was voor kleine zelfstandigen of handwerkslieden die hun handel of opslag vaak nabij huis hadden. De Ten Katemarkt in Amsterdam-West is een van de oudste en bekendste dagmarkten van de stad, ingesteld in 1910. In de jaren dertig, een periode van economische crisis, was strikt toezicht op de marktplaatsen essentieel om eerlijke kansen te waarborgen en leegstand (die geen inkomsten voor de gemeente genereerde) te voorkomen.
Dergelijke documenten geven een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de handhaving van de openbare orde en economie op lokaal niveau. De datum, februari 1939, plaatst dit document in de maanden van toenemende spanning in Europa, hoewel daar in deze puur zakelijke, civiele correspondentie niets van te merken is.