Archief 745
Inventaris 745-280
Pagina 156
Dossier 26
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / Adviesnota.

8 juni 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gerelateerde gemeentelijke dienst).

Origineel

Ambtelijk schrijven / Adviesnota. 8 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gerelateerde gemeentelijke dienst). [Links boven:]
VP/HG.

27/46/2 M.
1

[Handgeschreven rechts boven:]
In de l... [onleesbaar]
Verzonden 9/6

[Rechts midden:]
8 Juni 1939.

[Links midden:]
Verzoek van B.Olson om visch
te mogen bakken op markt
Ten Katestraat.

[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Handgeschreven in de linker marge:]
20/19/3 17.37

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 9 Mei jl, om advies ontvangen stuk No.163 L.M.1938 heb ik de eer U te berichten, dat bij beschikking van Burgemeester en Wethouders d.d. 18 Augustus 1937 (No.500 L.M.1937) aan R.Louwinger vergunning is verleend tot het bakken van visch op de markten aan de Ten Katestraat en de Noordermarkt. Louwinger, die niet meer als marktkoopman werkzaam is, heeft verklaard, dat hij van de bedoelde vergunning geen gebruik meer zal maken. Ik heb mitsdien de eer U beleefd in overweging te geven deze vergunning te doen intrekken.

Adressant verzoekt om voortaan in de plaats van Louwinger op de markt Ten Katestraat visch te mogen bakken. Het bakken op voornoemde markt heeft echter reeds herhaaldelijk tot klachten, zoowel van omwonenden als van marktkooplieden, aanleiding gegeven. Nu Louwinger voor zijn vergunning heeft bedankt, moet mijns inziens in elk geval worden voorkomen, dat thans een ander op de markt weder zijn beroep gaat opvatten. In overeenstemming met de beslissing vervat in Uw brief d.d. 30 September 1937 (no.604 L.M.1937), dat het aantal vergunningen voor het bakken van visch niet behoort te worden uitgebreid, heb ik de eer U te adviseeren het onderhavige verzoek van de hand te wijzen.

De Directeur, * Juridische/Administratieve context: Het document illustreert de strikte regulering van marktactiviteiten in Amsterdam aan het eind van de jaren '30. Vergunningen waren persoonsgebonden en niet zomaar overdraagbaar.
* Problematiek: De kern van de afwijzing ligt in de overlast ("klachten van omwonenden en marktkooplieden"). Het bakken van vis (waarschijnlijk in open vuren of eenvoudige ovens destijds) zorgde voor stank- en rookoverlast in de dichtbevolkte Amsterdamse wijken (Oud-West voor de Ten Katestraat en de Jordaan voor de Noordermarkt).
* Beleid: Er wordt verwezen naar een bestaand beleid uit 1937 om het aantal "bakvergunningen" te bevriezen. De stopzetting van de activiteiten door Louwinger wordt door de directeur aangegrepen als een kans om het totaal aantal bakplaatsen te verminderen ("uitsterfbeleid"). Dit document dateert van juni 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de economische crisis van de jaren '30 nog voelbaar, wat de druk op marktplaatsen (als goedkope bron van levensonderhoud) groot maakte. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in die tijd een cruciale functie, niet alleen voor de marktregulering maar ook voor de naderende distributie-uitdagingen. De Ten Katemarkt was (en is) een van de drukste markten van de stad; de frictie tussen bedrijvigheid en woongenot is een thema dat in dit document reeds duidelijk naar voren komt.

Samenvatting

  • Juridische/Administratieve context: Het document illustreert de strikte regulering van marktactiviteiten in Amsterdam aan het eind van de jaren '30. Vergunningen waren persoonsgebonden en niet zomaar overdraagbaar.
  • Problematiek: De kern van de afwijzing ligt in de overlast ("klachten van omwonenden en marktkooplieden"). Het bakken van vis (waarschijnlijk in open vuren of eenvoudige ovens destijds) zorgde voor stank- en rookoverlast in de dichtbevolkte Amsterdamse wijken (Oud-West voor de Ten Katestraat en de Jordaan voor de Noordermarkt).
  • Beleid: Er wordt verwezen naar een bestaand beleid uit 1937 om het aantal "bakvergunningen" te bevriezen. De stopzetting van de activiteiten door Louwinger wordt door de directeur aangegrepen als een kans om het totaal aantal bakplaatsen te verminderen ("uitsterfbeleid").

Historische Context

Dit document dateert van juni 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de economische crisis van de jaren '30 nog voelbaar, wat de druk op marktplaatsen (als goedkope bron van levensonderhoud) groot maakte. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in die tijd een cruciale functie, niet alleen voor de marktregulering maar ook voor de naderende distributie-uitdagingen. De Ten Katemarkt was (en is) een van de drukste markten van de stad; de frictie tussen bedrijvigheid en woongenot is een thema dat in dit document reeds duidelijk naar voren komt.