Ambtsbrief / Bestuurlijke correspondentie.
Origineel
Ambtsbrief / Bestuurlijke correspondentie. 20 juli 1939 (verzonden op 21 juli 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] m. de heer [?]
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 21/7
[Getypt rechtsboven:] vP/G.
[Links:]
27/54/4 M
n diverse
[Rechts:]
20 Juli 1939.
[Links:]
Klacht van Hoofd der school
Ten Katestraat inzake
Vischmarkt.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 30 Juni jl. om advies ontvangen stukken no.465 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat dezerzyds zooveel mogelyk wordt voorkomen, dat kooplieden voor de school in de Ten Katestraat een plaats innemen; dit geldt ook in de middaguren. Wanneer een koopman dit soms doet, wordt hy terstond door het marktpersoneel verwyderd. Uiteraard kan niet voortdurend een ambtenaar by de school worden geplaatst, om elke overtreding te voorkomen. Wellicht ware ten deze nog iets te bereiken, door ook de Politie te verzoeken hierop toe te zien. Daartoe stel ik U voor deze stukken ook om advies te doen zenden aan den Hoofdcommissaris.
De Directeur, Deze brief vormt een ambtelijke reactie op een klacht van een schoolhoofd over de overlast van de vismarkt in de Ten Katestraat. De kern van het probleem is dat kooplieden hun kramen of goederen direct voor de schoolingang plaatsen, wat de doorgang of de rust verstoort, ook tijdens de middagpauze.
De Directeur van de betreffende dienst (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling) geeft aan dat zijn personeel probeert te handhaven, maar dat er onvoldoende capaciteit is voor permanent toezicht op die specifieke plek. Als oplossing stelt hij voor om de politie (de Hoofdcommissaris) in te schakelen voor extra toezicht en handhaving.
De taal is formeel-zakelijk ("heb ik de eer U te berichten", "dezerzyds") en hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals 'vismarkt' gespeld als 'Vischmarkt' en 'mogelijk' als 'mogelyk'). De brief dateert van juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was destijds al een drukke en belangrijke markt (opgericht in 1910). In de Ten Katestraat stonden meerdere scholen, waaronder een christelijke lagere school.
Het conflict tussen publieke markten en omliggende functies zoals scholen is een klassiek stedelijk probleem. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke Amsterdamse bestuursfunctie die verantwoordelijk was voor de marktvoorziening en de voedseldistributie in de stad, een portefeuille die door de toenemende oorlogsdreiging in 1939 steeds belangrijker werd. De genoemde "kantbrief" was een brief waarop in de marge (de kant) een korte instructie of vraag van de wethouder was geschreven voor de betreffende ambtenaar.