Ambtelijk memorandum / Dossierstuk betreffende marktwezen.
Origineel
Ambtelijk memorandum / Dossierstuk betreffende marktwezen. Juni - juli 1939. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 27/57/1 1939
DOORGEZONDEN 16/6
[Rechtsboven]
152
[Linkerzijde]
~~Spoed~~
Tegen inwilliging van het verzoek van C. Mourer om gedurende 3 maanden vrijgesteld te worden een plaats op de markt in te nemen bestaat m.i. geen bezwaar, mits Mourer het tijdens zijn afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks betaalt.
4-7-39
adres C. Mourer
Retiefstraat 46 II
(zie rapport controleur marktwezen)
[Rechterzijde]
Ten Katestraat
Vraagt uitstel pl. bez. en vrijst. van bet. marktg.
Is werkzaam op kermissen.
Voor Reijgwart advies 19-6-39 [onleesbaar]
11/7-39 [handtekening]
[Rechtsonder - concept brief]
Naar aanl. v. Uw briefkaart d.d. 13 Juni jl. verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste drie maanden na dato dezes, uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Ten Katestraat te bezetten, mits U zorgdraagt, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde [marktgeld wekelijks wordt voldaan].
[Marginale notities linksonder]
marktgeld moet regelmatig betaald worden * Onderwerp: Een verzoek van een marktkoopman (C. Mourer) voor tijdelijke vrijstelling van de aanwezigheidsplicht op de markt.
* Kern van het verzoek: De heer Mourer wil drie maanden lang niet op zijn vaste plek op de markt in de Ten Katestraat staan omdat hij in die periode op kermissen werkt.
* Besluitvorming: De ambtenaar (mogelijk de marktmeester of een inspecteur) adviseert positief over het uitstel van de bezettingsplicht, maar stelt een harde voorwaarde: het marktgeld moet wel wekelijks doorbetaald worden. De gevraagde vrijstelling van betaling (zoals genoteerd aan de rechterzijde) wordt dus niet gehonoreerd.
* Administratieve gang: Het verzoek kwam binnen op 13 juni 1939. Het advies volgde op 19 juni, waarna de definitieve beschikking begin juli werd opgesteld. Dit document stamt uit de zomer van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een goed beeld van de strikte marktreglementering in Amsterdam in die tijd. Standplaatshouders hadden een 'bezetting-plicht'; als men zonder toestemming wegbleef, kon men de vergunning kwijtraken. Voor seizoenarbeiders, zoals kermisexploitanten die in de zomermaanden langs de kermissen trokken, was het essentieel om dergelijke ontheffingen aan te vragen om hun vaste stek op de Amsterdamse dagmarkten (zoals de Ten Katemarkt) voor de winterperiode veilig te stellen. De nadruk op de wekelijkse betaling van het marktgeld onderstreept het belang van de gemeentelijke inkomsten uit deze marktgelden.