Archief 745
Inventaris 745-280
Pagina 216
Dossier 28
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Geschreven na 1908 (geboortejaar afzender), vermoedelijk jaren '30 van de 20e eeuw. Van: C. Uwel.

Origineel

Geschreven na 1908 (geboortejaar afzender), vermoedelijk jaren '30 van de 20e eeuw. C. Uwel. te hopen een Toezegging van
U te krijgen voor een paar
maanden uitstel dan kan
ik van de winter mijn brood
en dat voor mijn gezin weer
op de markt verdienen.

Hopende een gunstig antwoord
van U te mogen ontvangen
teeken ik C. Uwel

Geboren 5 Januari 1908
Wonende Jac v Lennep
kade 243 III
A'dam.

Het nummer mijn voorkeurs
kaart luid als volgt.
No. 306. De tekst betreft een verzoek van een marktkoopman of -vrouw aan een officiële instantie (mogelijk de marktmeester of het gemeentebestuur van Amsterdam). De kern van de brief is een verzoek om "een paar maanden uitstel", waarschijnlijk van de betaling van standplaatsgeld of een vergunning. De schrijver beargumenteert dit door te stellen dat zij in de winter hun inkomen ("brood") voor het gezin weer kunnen verdienen op de markt.

Opvallend is de formele, bijna nederige toon, gecombineerd met zeer specifieke identificatiegegevens zoals de geboortedatum en het nummer van de "voorkeurskaart" (No. 306). De spelling "teeken ik" en de grammaticale vorm "luid" (zonder 't') zijn kenmerkend voor de tijd en het opleidingsniveau van de opsteller. De brief moet geplaatst worden in de sociaaleconomische context van Amsterdam in het tweede kwart van de 20e eeuw. Het genoemde adres aan de Jacob van Lennepkade ligt in de Kinkerbuurt, een wijk die van oudsher nauw verbonden is met de nabijgelegen Ten Katemarkt.

De "voorkeurskaart" was in Amsterdam een essentieel document voor marktkooplui; het gaf hen recht op een vaste standplaats op basis van anciënniteit of specifieke sociale gronden. In tijden van economische crisis (zoals de jaren '30) was het behoud van deze kaart en de bijbehorende standplaats van levensbelang voor gezinnen uit de arbeidersklasse. De brief getuigt van de precaire financiële situatie van kleine zelfstandigen in die periode, die afhankelijk waren van seizoensinvloeden en de welwillendheid van autoriteiten om het hoofd boven water te houden.

Samenvatting

De tekst betreft een verzoek van een marktkoopman of -vrouw aan een officiële instantie (mogelijk de marktmeester of het gemeentebestuur van Amsterdam). De kern van de brief is een verzoek om "een paar maanden uitstel", waarschijnlijk van de betaling van standplaatsgeld of een vergunning. De schrijver beargumenteert dit door te stellen dat zij in de winter hun inkomen ("brood") voor het gezin weer kunnen verdienen op de markt.

Opvallend is de formele, bijna nederige toon, gecombineerd met zeer specifieke identificatiegegevens zoals de geboortedatum en het nummer van de "voorkeurskaart" (No. 306). De spelling "teeken ik" en de grammaticale vorm "luid" (zonder 't') zijn kenmerkend voor de tijd en het opleidingsniveau van de opsteller.

Historische Context

De brief moet geplaatst worden in de sociaaleconomische context van Amsterdam in het tweede kwart van de 20e eeuw. Het genoemde adres aan de Jacob van Lennepkade ligt in de Kinkerbuurt, een wijk die van oudsher nauw verbonden is met de nabijgelegen Ten Katemarkt.

De "voorkeurskaart" was in Amsterdam een essentieel document voor marktkooplui; het gaf hen recht op een vaste standplaats op basis van anciënniteit of specifieke sociale gronden. In tijden van economische crisis (zoals de jaren '30) was het behoud van deze kaart en de bijbehorende standplaats van levensbelang voor gezinnen uit de arbeidersklasse. De brief getuigt van de precaire financiële situatie van kleine zelfstandigen in die periode, die afhankelijk waren van seizoensinvloeden en de welwillendheid van autoriteiten om het hoofd boven water te houden.