Dienstbrief / Adviesnota.
Origineel
Dienstbrief / Adviesnota. 9 augustus 1939. Rijnders (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. M.H.!
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen.
Voor nadere toelichting van bijgaand schrijven
No 606 R d d 1939 20/7 diene het volgende.
De plaatshouder A. Meijenhuis wenscht bij
opschuiving 's morgens wanneer de plaats No 77 in
de Ten Katestraat open is, deze te bezetten met een haring-
kar. Bovengenoemde plaats is de tweede plaats van den
hoek af, doch aan de overzijde ook de tweede plaats
van den hoek staat reeds een haringkar welke daar een
vaste plaats heeft, uit zuiver concurrentie oogpunt geef
ik ~~u~~ in overweging mede tot het in goede orde
houden der markt, den verzoeker niet toe te staan
deze plaats bij opschuiven toe te wijzen.
Amsterdam 9 Augustus '39
Rijnders * Handschrift: Het document is geschreven in een vlot, zakelijk cursief handschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw.
* Inhoud: De schrijver adviseert de Inspecteur van het Marktwezen om een verzoek van een zekere A. Meijenhuis af te wijzen. Meijenhuis wil zijn haringkar verplaatsen naar een gunstigere plek (nr. 77) via het 'opschuifsysteem'.
* Argumentatie: Het advies is negatief vanwege "zuiver concurrentie oogpunt". Direct tegenover de gevraagde plek staat namelijk al een andere haringkar op een vaste plek. Om de "goede orde" op de markt te bewaren, vindt de schrijver het onwenselijk dat twee haringkarren recht tegenover elkaar komen te staan.
* Opmerkelijk: Er is een kleine correctie in de tekst waarbij het woord "u" is doorgestreept in de zin "geef ik in overweging". Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken en de strikte regulering van de Amsterdamse markten vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was destijds een drukke handelsplek. Het 'opschuiven' was een formeel systeem waarbij marktkooplieden konden doorstromen naar betere locaties als de vaste bewoner van die plek afwezig was. De gemeente Amsterdam probeerde door middel van dergelijke adviezen de balans tussen verschillende soorten koopwaar te bewaken en onderlinge frictie tussen kooplieden door te grote concurrentie op de vierkante meter te voorkomen.