Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 79
Dossier 109
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief (rechterhelft/fragment van een doorslag of origineel).

22 november 1943 (afgeleid uit de kantlijnnotitie). Van: H. Bakker. Aan: Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke instantie of distributiedienst in Amsterdam).

Origineel

Brief (rechterhelft/fragment van een doorslag of origineel). 22 november 1943 (afgeleid uit de kantlijnnotitie). H. Bakker. Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke instantie of distributiedienst in Amsterdam). [Hoofdtekst]

Tevens heb ik m. i. het volste recht om
van de Gemeente Amsterdam volledige schadeloosstelling
te eischen van het door mij geleden verlies en ik verzoek U
derhalve mij te willen mededeelen of U daartoe van mij
een kwitantie verlangt of dat dit met G. Goedhart, aan
de hand van de factuur, afgehandeld kan worden.
Ook is de Voedselcommissaris te den Haag met
dit geval op de hoogte gebracht.
Vertrouwende dat U een en ander, mede in
het belang der voedselvoorziening, ernstig zult onderzoeken
en tot volledige oplossing brengen, teeken ik

Hoogachtend,
H Bakker [handtekening]

[Aantekeningen linkerzijde in potlood/pen]

G Goedhart
oproepen
22-11-43
de Haan

[Centrale aantekening onderaan]

p 27/11 - 9 ½-12

[Grote rode verticale tekst/paraf]

M v d Meer In deze brief stelt de afzender, H. Bakker, dat hij recht heeft op een volledige schadeloosstelling door de Gemeente Amsterdam voor een niet nader gespecificeerd "geleden verlies". De toon is formeel en zakelijk.

Bakker vraagt om instructies voor de administratieve afwikkeling: moet hij een kwitantie overleggen, of kan de zaak direct met een zekere "G. Goedhart" worden geregeld op basis van een reeds bestaande factuur. Om de druk op de ketel te vergroten, vermeldt Bakker dat hij de zaak ook heeft gemeld bij de Voedselcommissaris in Den Haag. Hij koppelt zijn persoonlijke claim aan het grotere belang van de "voedselvoorziening", wat in de oorlogscontext van 1943 een zwaarwegend argument was.

De ambtelijke aantekeningen in de kantlijn suggereren dat de brief is verwerkt door een administratie. Er is een instructie om iemand op te roepen ("oproepen") en er worden namen van betrokken ambtenaren of dossiers genoemd (Goedhart, de Haan, M. v.d. Meer). Het document dateert van november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was in deze periode een uiterst kritische en strikt gereguleerde aangelegenheid, beheerd door een uitgebreide bureaucratie (de Crisis-Interventie-Organisatie en later de Voedselvoorzieningsorganisatie).

Schaarste, rantsoenering en vorderingen zorgden voor complexe administratieve situaties. Claims zoals die van Bakker kwamen vaker voor wanneer partijen goederen verloren of wanneer transacties door overheidsingrijpen werden verstoord. De verwijzing naar de "Voedselcommissaris in Den Haag" duidt op de Rijksinspectie van de Voedselvoorziening, die toezicht hield op de eerlijke verdeling en handhaving. De genoemde personen (Goedhart, de Haan) waren waarschijnlijk ambtenaren werkzaam bij de Amsterdamse distributiedienst of het bureau voor voedselvoorziening.

Samenvatting

In deze brief stelt de afzender, H. Bakker, dat hij recht heeft op een volledige schadeloosstelling door de Gemeente Amsterdam voor een niet nader gespecificeerd "geleden verlies". De toon is formeel en zakelijk.

Bakker vraagt om instructies voor de administratieve afwikkeling: moet hij een kwitantie overleggen, of kan de zaak direct met een zekere "G. Goedhart" worden geregeld op basis van een reeds bestaande factuur. Om de druk op de ketel te vergroten, vermeldt Bakker dat hij de zaak ook heeft gemeld bij de Voedselcommissaris in Den Haag. Hij koppelt zijn persoonlijke claim aan het grotere belang van de "voedselvoorziening", wat in de oorlogscontext van 1943 een zwaarwegend argument was.

De ambtelijke aantekeningen in de kantlijn suggereren dat de brief is verwerkt door een administratie. Er is een instructie om iemand op te roepen ("oproepen") en er worden namen van betrokken ambtenaren of dossiers genoemd (Goedhart, de Haan, M. v.d. Meer).

Historische Context

Het document dateert van november 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was in deze periode een uiterst kritische en strikt gereguleerde aangelegenheid, beheerd door een uitgebreide bureaucratie (de Crisis-Interventie-Organisatie en later de Voedselvoorzieningsorganisatie).

Schaarste, rantsoenering en vorderingen zorgden voor complexe administratieve situaties. Claims zoals die van Bakker kwamen vaker voor wanneer partijen goederen verloren of wanneer transacties door overheidsingrijpen werden verstoord. De verwijzing naar de "Voedselcommissaris in Den Haag" duidt op de Rijksinspectie van de Voedselvoorziening, die toezicht hield op de eerlijke verdeling en handhaving. De genoemde personen (Goedhart, de Haan) waren waarschijnlijk ambtenaren werkzaam bij de Amsterdamse distributiedienst of het bureau voor voedselvoorziening.

Kooplieden in dit dossier 8