Getypte notulen/verslag (Concept).
Origineel
Getypte notulen/verslag (Concept). Maandag 15 november 1943. dV/RP.
C O N C E P T.
~~XXXX~~
- Notities van de vergadering gehouden op Maandag 15 November 1943 ten Hoofdkantore Marktwezen.
Aanwezig waren: de Heeren Sieburgh, de Haer, de Vries, van Moerkerken, Renz, Vrij, Ströer, de Wolff, Dijkema, Bekkering en Uitvlugt. Hr.de Haer presideerde de vergadering; wegens afwezigheid van den Hr.van Duinhoven was den Heer de Vries opgedragen de vergadering bij te wonen.
Onderwerp: van bespreking de aanvoer en verdeling van visch op de dagmarkten
de Haer: Opent de vergadering met de mededeeling, dat hem door den heer Directeur van het Marktwezen is opgedragen den marktambtenaren onder het oog te brengen, dat het den directeur bekend is, dat er van de op de markten aan te voeren visch hoeveelheden worden achtergehouden. Dit betreft vooral groote schol, snoekbaars en Deensche visch. Tevens zouden politie, kennissen en marktkooplieden deze en andere visch meenemen. Van de ambtenaren komt hierover nagenoeg geen rapport binnen:
Dit mag niet meer voorkomen!
- De volgende maatregelen draagt spreker den ambtenaren ter uitvoering op:
a. Iedere koopman moet zijn eigen handel verkoopen, daarbij mag slechts door één persoon geassisteerd worden om geld in ontvangst te nemen. Andere kooplieden c.s. moeten uit hal of van omgeving kar worden verwijderd.
b. Zooveel mogelijk moet door z.g. turven de hoeveelheid van den aanvoer worden gecontrôleerd en hiervan moet rapport worden ingeleverd.
c. De visch moet van de Vischmarkt / (handgeschreven: rechtstreeks) naar de verkoopplaats worden gebracht. Kooplieden die in gebreke blijven moeten worden gerapporteerd.
Spreker waarschuwt de marktambtenaren ernstig tegen overtreding van deze en andere reeds gegeven instructies.
Sieburgh: accentueert het door vorige spreker medegedeelde.
Vrij; informeert of vastgehouden moet worden aan den vorm van 2 pond visch per persoon. Wat moet gebeuren met kabeljauw, snoek en snoekbaars.
Ströer: vraagt of de assistent van de vischaanvoerder óók een portie visch mag hebben.
v.Moerkerken: geeft in overweging om, indien de mogelijkheid aanwezig is, de vischaanvoer op de dagmarkten, dus op de verdeelplaatsen geconcentreerd, b.v. per auto, of in "convooi" aan te voeren.
Dijkema: brengt naar voren, dat het "turven" van visch slechts met voldoende zekerheid kan geschieden, indien de marktambtenaar daartoe gelegenheid heeft, d.w.z. over voldoende politieassistentie kan beschikken. Thans is geen politie-assistentie op de Jan Evertsenstraat.
Uitvlugt: Heeft eveneens geen assistentie van politie op het Mosplein.
Bekkering: Informeert waarom vischwinkeliers vrij mogen verkoopen. Dit is een grief van vele vischventers.
de Haer: beantwoordde gestelde vragen:
a. Kabeljauw kan worden doorgesneden, met snoekbaars, brasem e.d. is dit niet wel mogelijk.
b. Uitsluitend de aanvoerder mag een portie visch meenemen, niet de assistent. * Toon en taalgebruik: Het document is formeel en directief van aard. Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (visch, hooge, Deensche). De toon van De Haer is streng en berispend richting de ambtenaren.
* Kernproblematiek: Er is sprake van grootschalige fraude en informele circuits bij de visverdeling. Vis die voor de reguliere verkoop bedoeld is, verdwijnt naar "kennissen", de politie of wordt door handelaren onderling achtergehouden.
* Handgeschreven toevoeging: Bij punt 2c is het woord "rechtstreeks" toegevoegd, wat de noodzaak benadrukt om de keten te verkorten en tussenstops (waar vis gestolen kan worden) te elimineren.
* Logistieke uitdagingen: Uit de reacties van Dijkema en Uitvlugt blijkt een tekort aan handhavingscapaciteit (politieassistentie) op cruciale locaties zoals de Jan Evertsenstraat en het Mosplein. Dit document stamt uit november 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Voedselschaarste en distributie waren kritieke kwesties. Vis was een belangrijk onderdeel van het rantsoen, maar door de oorlogsomstandigheden en mijnenvelden op zee was de aanvoer beperkt.
De "zwarte handel" en het bevoordelen van bekenden waren een doorn in het oog van de autoriteiten die probeerden de schaarse goederen via het bonnenstelsel te verdelen. De genoemde locaties (Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West en Mosplein in Amsterdam-Noord) duiden erop dat dit verslag betrekking heeft op de Amsterdamse marktmeesters en hun strijd tegen corruptie binnen de eigen gelederen en onder de marktkooplieden.