Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 260
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

5 maart 1943 Van: A. Vet, Ruysdaelstraat 31, Amsterdam. Dossier: 466/18/1

Origineel

5 maart 1943 A. Vet, Ruysdaelstraat 31, Amsterdam. Noot: De originele spelling en interpunctie zijn aangehouden.

[Stempel linksboven:] No. 466/18/1 M. 1943 5/3
[Aantekening middenboven:] Oproepen 10-3-43 datum

Amsterdam, 5 Maart '43

Mijne Heeren

Ondergeteekende verzoekt U hem
alsnog een toewijzing te geven voor
ongepelde garnalen en gerookte aal,
waar andere zaken (ook jodenzaken!)
en ook die vroeger die artikelen niet
verkochten, wel een toewijzing hebben;
De zaak is een winkel en geen hal.
Beleefd verzoek ik U dit goed-
gunstig te beschikken.
In afwachting teekent
Hoogachtend

[Signatuur:] p/o A. Vet
Ruysdaelstraat 31

[Aantekeningen onderaan:]
w. mp
F vragen
afwijzen Zaken wordt geconcentreerd p. 17/3 '43 In deze brief verzoekt de Amsterdamse winkelier A. Vet om een 'toewijzing' (een officieel quotum of vergunning) voor de verkoop van garnalen en paling. De brief is een typisch voorbeeld van een rekest aan de autoriteiten tijdens de bezettingsjaren, waarbij de schrijver tracht zijn concurrentiepositie te beschermen of te verbeteren in een tijd van schaarste en strikte distributie.

De meest opvallende passage is de toevoeging tussen haakjes: "(ook jodenzaken!)". De afzender probeert hier de antisemitische sentimenten van de bezettingsautoriteiten te exploiteren voor eigen gewin. Hij suggereert dat het onrechtvaardig is dat Joodse ondernemers (die op dat moment reeds systematisch uit het economisch leven werden verdreven) blijkbaar nog wel over voorraden beschikten, terwijl hij als 'Arische' winkelier buiten de boot viel. Dit type "klagen over de Jood" was een veelvoorkomende strategie in correspondentie met de overheid om een gunstige beslissing te forceren.

De ambtelijke afhandeling onderaan de brief toont aan dat het verzoek op 17 maart 1943 is afgewezen. De reden hiervoor is veelzeggend: "Zaken wordt geconcentreerd". Dit verwijst naar de bedrijfsconcentratie, een beleid van de nazi-bezetter waarbij kleine, 'niet-essentiële' winkels en bedrijven gedwongen werden te sluiten om zo mankracht vrij te maken voor de Duitse oorlogsindustrie (Arbeitseinsatz). Het document dateert uit het voorjaar van 1943, een periode waarin de Jodenvervolging in Nederland haar vreselijke hoogtepunt bereikte en de economische druk op de bevolking door de Duitse oorlogsvoering toenam. Alles was op de bon of aan quota gebonden. De brief illustreert hoe gewone burgers enerzijds probeerden te overleven in de verstikkende bureaucratie van de bezetting, maar anderzijds ook bereid waren om de vervolging van medeburgers te gebruiken als argument voor eigen economisch voordeel. De afwijzing op basis van 'concentratie' laat zien dat ook de afzender uiteindelijk het slachtoffer werd van de nietsontziende Duitse economische politiek. A. Vet Rijksbureau

Samenvatting

In deze brief verzoekt de Amsterdamse winkelier A. Vet om een 'toewijzing' (een officieel quotum of vergunning) voor de verkoop van garnalen en paling. De brief is een typisch voorbeeld van een rekest aan de autoriteiten tijdens de bezettingsjaren, waarbij de schrijver tracht zijn concurrentiepositie te beschermen of te verbeteren in een tijd van schaarste en strikte distributie.

De meest opvallende passage is de toevoeging tussen haakjes: "(ook jodenzaken!)". De afzender probeert hier de antisemitische sentimenten van de bezettingsautoriteiten te exploiteren voor eigen gewin. Hij suggereert dat het onrechtvaardig is dat Joodse ondernemers (die op dat moment reeds systematisch uit het economisch leven werden verdreven) blijkbaar nog wel over voorraden beschikten, terwijl hij als 'Arische' winkelier buiten de boot viel. Dit type "klagen over de Jood" was een veelvoorkomende strategie in correspondentie met de overheid om een gunstige beslissing te forceren.

De ambtelijke afhandeling onderaan de brief toont aan dat het verzoek op 17 maart 1943 is afgewezen. De reden hiervoor is veelzeggend: "Zaken wordt geconcentreerd". Dit verwijst naar de bedrijfsconcentratie, een beleid van de nazi-bezetter waarbij kleine, 'niet-essentiële' winkels en bedrijven gedwongen werden te sluiten om zo mankracht vrij te maken voor de Duitse oorlogsindustrie (Arbeitseinsatz).

Historische Context

Het document dateert uit het voorjaar van 1943, een periode waarin de Jodenvervolging in Nederland haar vreselijke hoogtepunt bereikte en de economische druk op de bevolking door de Duitse oorlogsvoering toenam. Alles was op de bon of aan quota gebonden. De brief illustreert hoe gewone burgers enerzijds probeerden te overleven in de verstikkende bureaucratie van de bezetting, maar anderzijds ook bereid waren om de vervolging van medeburgers te gebruiken als argument voor eigen economisch voordeel. De afwijzing op basis van 'concentratie' laat zien dat ook de afzender uiteindelijk het slachtoffer werd van de nietsontziende Duitse economische politiek.

Genoemde Personen 1

Locaties

Amsterdam

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Olie & Techniek: Vet Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Garnalen Vis & Zee: Gerookt Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Rijksbureau

Kooplieden in dit dossier 8