Archiefdocument
Origineel
No. 46 6/35/1 M. 1943 20/3
17 Maart 1943 Amsterdam
Inv. no 662
Geachte Heeren Commissie leden / 1 X Zeevisch
Ik wilden u vragen of mijn toewijzing niet ver-
groot kon worden; daar ik dachteg pond zoet
watervisch heb en twee x vijftien kilo garnalen
in den dop krijg. Mijn toewijzing is niet vol-
doende, om mijn huisgezin ervan te laten
bestaan. Ik ben reeds al eens met mijn verzoek
bij de Heeren van de commissie geweest, en
afgewezen dat was een paar maanden terug. Doch
heeren ik verzoek u daar ik geen ander inkomen
heb dan alleen van mijn toewijzing die ik
thans krijg, in het belang van mijn huis-
gezin die te willen vergrooten.
Inafwachting op u antwoord verblijf ik
J.T. Taffijn Jr * Inhoud: De schrijver, J.T. Taffijn Jr., verzoekt om een verhoging van zijn distributie-toewijzing voor vis. Hij ontvangt momenteel 80 pond zoetwatervis en 30 kilo garnalen, maar geeft aan dat dit zijn enige bron van inkomsten is en onvoldoende is om zijn gezin te onderhouden.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een eenvoudige, soms fonetische stijl ("dachteg" voor tachtig, "wilden" voor wilde). Dit duidt op een ambachtsman of kleine handelaar die formeel probeert te corresponderen met een officiële instantie.
* Notities: De handgeschreven toevoeging "1 X Zeevisch" rechtsboven suggereert een besluit of een categorisering door de behandelend ambtenaar, mogelijk als reactie op de vraag om meer handel waar zeevis een onderdeel van zou kunnen zijn. De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de voedselschaarste groot en stond de volledige economie onder streng toezicht van distributieorganen. Voor kleine zelfstandigen, zoals vishandelaren, betekende een te lage toewijzing van goederen directe armoede voor het gezin. De wanhoop van de schrijver is voelbaar in de vermelding dat hij geen ander inkomen heeft en ondanks een eerdere afwijzing opnieuw een verzoek indient. J.T. Taffijn