Dienstbrief / Adviesnota
Origineel
Dienstbrief / Adviesnota 20 september 1939 (Verzonden op 21 september 1939) Onbekend (getekend door "De Directeur", vermoedelijk van de Dienst der Markten of Publieke Werken) De Directeur der Gemeente Belastingen, Amsterdam [Handgeschreven, rechtsboven:]
1 ex. Ger de Graaf.
[Getypt, linksboven:]
VP/HG.
27/94/2 M.
[Handgeschreven, midden boven:]
Verzonden 21/9-'39
[Getypt, rechts:]
20 September 1939.
[Getypt, links:]
Aanvraag uitstalvergunning
ten name van C.Tuinzaad.
[Getypt, rechts:]
den Heer Directeur der
Gemeente Belastingen,
Heerengracht 196,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 7.
[Inhoud:]
Onder terugzending van de met Uw apostille no.
3025 Bel.Pr.1939 d.d. 4 dezer om advies ontvangen stukken
heb ik de eer U te berichten, dat dezerzijds overwegende
bezwaren bestaan tegen verleening aan C.Tuinzaad van de door
hem verlangde uitstalvergunning voor zijn winkel in perceel
Ten Katestraat 81. Tuinzaad voornoemd heeft een marktplaats,
welke voor zijn winkel is gelegen; wanneer hem tevens de
gevraagde uitstalvergunning wordt verleend, zouden daardoor
ongelijke concurrentieverhoudingen ontstaan met andere fruit-
kooplieden, die in de omgeving van Tuinzaad een marktplaats
bezetten. Tevens breng ik in herinnering mijn rapporten d.d.
25 Mei en 8 Juni jl. (respectievelijk no.27/44/2 en 27/50/2
M.) waarbij op soortgelijke verzoeken van J.Sondervan en
H.Weissman eveneens afwijzend werd geadviseerd.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging het
onderhavige verzoek van de hand te doen wijzen.
De Directeur, Dit document betreft een formeel negatief advies met betrekking tot het gebruik van de openbare ruimte in Amsterdam. De aanvrager, C. Tuinzaad, wenste zijn waren buiten zijn winkel aan de Ten Katestraat uit te stallen. De adviserende instantie wijst dit af op basis van het principe van eerlijke concurrentie. Omdat Tuinzaad al een standplaats op de markt voor zijn deur heeft, zou een extra uitstalvergunning hem een onredelijk voordeel geven ten opzichte van andere marktkooplieden (fruitverkopers) die geen fysieke winkel achter hun kraam hebben.
De brief toont de bureaucratische zorgvuldigheid aan: er wordt verwezen naar eerdere dossiers (Sondervan en Weissman) om aan te tonen dat het beleid consistent wordt toegepast. De vermelding van "Wijk 7" en de adressering aan de Heerengracht 196 (destijds het kantoor van de Gemeente Belastingen) plaatsen het document stevig in de Amsterdamse administratieve geschiedenis. De brief is gedateerd op 20 september 1939. Dit is een historisch cruciaal moment: de Tweede Wereldoorlog was net drie weken eerder uitgebroken met de Duitse inval in Polen. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en de algemene mobilisatie was afgekondigd, laat dit document zien dat het dagelijks leven en de gemeentelijke handhaving in Amsterdam gewoon doorgingen.
De Ten Katemarkt in Amsterdam-West, waar de kwestie speelt, was (en is) een drukke markt waar de belangen van winkeliers en ambulante handelaren vaak schuurden. De namen J. Sondervan en H. Weissman in de tekst zijn typerend voor de Amsterdamse handelsgeest van die tijd; de naam Weissman kan mogelijk duiden op de significante Joodse gemeenschap die destijds in de markthandel in Amsterdam-West werkzaam was, kort voordat de bezetting hun leven en handel zou ontwrichten. C. Tuinzaad H. Weissman J. Sondervan Publieke Werken