Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 20 maart 1943. Theodora Boere (geboren 6 december 1907), echtgenote van Willem Johannes Zalmstra. De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. No. 466/36/1 M. 1943 22/3
Amsterdam, 20 Maart 1943.
Den Heer Directeur van het Marktwezen
Amsterdam
Mijnheer,
De ondergetekende Theodora Boere geboren 6 december 1907 wettige echtgenoote van Willem, Johannes Zalmstra geboren 5 November 1903 van beroep vischhandelaar met standplaats Dapperplein deelt u mede;
dat haar man circa een half jaar geleden wegens prijsopdrijving is gestraft met boete van ƒ 60.– waarbij hij is uitgeschakeld als vischhandelaar ten vervolgends naar Deutschland is te werk gesteld;
dat op grond de inkomsten van thans niet toereikend zijn voor onderhoud van mijn gezin; verzoek ik u beleefdelijk de toewijzing van mijn man op mij te willen overdragen, waardoor ik in de gelegenheid zou komen beter in de verzorging van mijn gezin te voorzien.
Ik heb ruim tien jaren met vischhandel op de markt gestaan en nimmer aanleiding gegeven tot overtreding van gemeente-regelingen.
Vertrouwende U mijn dringend beroep op. In deze brief verzoekt Theodora Boere de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam om de vergunning voor de viskraam van haar man op haar naam over te schrijven. De aanleiding is tweeledig:
1. Haar man, Willem Johannes Zalmstra, is ongeveer een half jaar eerder beboet voor "prijsopdrijving" (het verkopen van goederen boven de vastgestelde prijzen). Als gevolg hiervan mocht hij zijn beroep als visboer niet meer uitoefenen.
2. Hij is vervolgens naar Duitsland gestuurd voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid).
Theodora voert aan dat het gezinsinkomen momenteel onvoldoende is om van te leven. Ze benadrukt haar eigen vakbekwaamheid door te wijzen op haar tien jaar ervaring op de markt en haar onbesproken gedrag wat betreft gemeentelijke regels. Het document is een treffend voorbeeld van hoe vrouwen tijdens de bezettingsjaren probeerden het familiebedrijf voort te zetten wanneer de man door de bezetter was afgevoerd of uitgesloten van het arbeidsproces. Het document dateert uit het voorjaar van 1943, een periode waarin de Duitse bezettingsmacht de controle op de economie en de arbeidsmarkt in Nederland steeds verder aanscherpte.
* Prijsopdrijving: Tijdens de oorlog was er een streng prijsbeheersingssysteem om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. Overtredingen werden zwaar bestraft, vaak met een beroepsverbod.
* Arbeitseinsatz: Vanaf 1942 en versneld in 1943 werden Nederlandse mannen opgeroepen om in de Duitse oorlogsindustrie te werken.
* Dapperplein: Een bekende Amsterdamse markt in de Dapperbuurt (Amsterdam-Oost). De markt bleef gedurende de oorlog een essentieel, zij het schaars bevoorraad, distributiepunt voor voedsel.
* Vrouwelijke arbeid: Hoewel het in die tijd niet ongewoon was dat vrouwen meewerkten in de kraam, was het formeel overnemen van de vergunning een noodzakelijke administratieve stap om legaal inkomsten te kunnen genereren terwijl de hoofdkostwinner afwezig was.