Archief 745
Inventaris 745-411
Pagina 315
Dossier 90
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op dun papier).

7 juli 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de gemeentelijke visafslag of een verwante dienst te Utrecht). Aan: Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherij Centrale, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage (ZH).

Origineel

Getypte brief (doorslag op dun papier). 7 juli 1943. De Directeur (vermoedelijk van de gemeentelijke visafslag of een verwante dienst te Utrecht). Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherij Centrale, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage (ZH). [Handgeschreven in paarse inkt]: Verzonden 7/7 mp

46b/36/7 M. 7 Juli 1943. VB/SV

  Overschrijving

vischtoewijzing W.J.
Zalmstra. Den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherij
Centrale,

                                        2e Adelheidstraat 300,

                                        's-Gravenhage (ZH)
                                        ==============

        Onder terugzending van het met Uw

brief d.d. 15 Juni jl. no. 15667/V/P om be-
richt ontvangen stuk, heb ik de eer U te be-
richten, dat de echtgenoot van adressante,
W.J. Zalmstra, Pieter Nieuwlandstraat 3,
alhier, van de verdeeling van visch aan den
afslag te dezer stede sinds 25 September
1942 voor onbepaalden tijd is uitgesloten
wegens overtreding der prijsvoorschriften.
Zalmstra is thans in Duitsland te werk ge-
steld.
Op grond van het bovenstaande adviseer
ik U het verzoek om adressante, die zich in
Maart jl. ook reeds met hetzelfde verzoek
tot mijn dienst heeft gewend, niet in te
willigen.

                                        De Directeur, In deze brief wordt de Directeur van de Nederlandsche Visscherij Centrale geadviseerd om een verzoek tot overschrijving van een vistoewijzing af te wijzen. De "adressante" (de echtgenote van de heer W.J. Zalmstra) wil de visrechten van haar man overnemen.

De weigering is gebaseerd op twee feiten:
1. De oorspronkelijke vergunninghouder, W.J. Zalmstra, is al sinds september 1942 uitgesloten van de visafslag omdat hij de officiële prijsvoorschriften heeft overtreden.
2. De betreffende persoon bevindt zich op het moment van schrijven in Duitsland voor de gedwongen tewerkstelling.

De afzender merkt op dat de vrouw in maart al eenzelfde verzoek had ingediend bij zijn eigen dienst, wat toen blijkbaar ook is afgewezen. Uit de adresgegevens (Pieter Nieuwlandstraat 3, alhier) kan worden opgemaakt dat de brief is verzonden vanuit Utrecht, waar deze straat zich bevindt. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (juli 1943).

De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de visserijsector en de distributie van vis, die tijdens de oorlog schaars was en op de bon ging. De "prijsvoorschriften" waarnaar wordt verwezen, waren bedoeld om de zwarte markt tegen te gaan; wie zich daar niet aan hield, verloor zijn handelsrechten.

De vermelding dat Zalmstra "in Duitsland te werk gesteld" is, verwijst naar de Arbeitseinsatz. Vanaf 1942-1943 werden op grote schaal Nederlandse mannen gedwongen om in de Duitse (oorlogs)industrie te gaan werken. De brief illustreert hoe de bureaucratie tijdens de bezetting nauwgezet controleerde wie wel of geen recht had op schaarse middelen, waarbij eerdere overtredingen of afwezigheid door tewerkstelling direct leidden tot uitsluiting van economisch verkeer.

Samenvatting

In deze brief wordt de Directeur van de Nederlandsche Visscherij Centrale geadviseerd om een verzoek tot overschrijving van een vistoewijzing af te wijzen. De "adressante" (de echtgenote van de heer W.J. Zalmstra) wil de visrechten van haar man overnemen.

De weigering is gebaseerd op twee feiten:
1. De oorspronkelijke vergunninghouder, W.J. Zalmstra, is al sinds september 1942 uitgesloten van de visafslag omdat hij de officiële prijsvoorschriften heeft overtreden.
2. De betreffende persoon bevindt zich op het moment van schrijven in Duitsland voor de gedwongen tewerkstelling.

De afzender merkt op dat de vrouw in maart al eenzelfde verzoek had ingediend bij zijn eigen dienst, wat toen blijkbaar ook is afgewezen. Uit de adresgegevens (Pieter Nieuwlandstraat 3, alhier) kan worden opgemaakt dat de brief is verzonden vanuit Utrecht, waar deze straat zich bevindt.

Historische Context

Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (juli 1943).

De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de visserijsector en de distributie van vis, die tijdens de oorlog schaars was en op de bon ging. De "prijsvoorschriften" waarnaar wordt verwezen, waren bedoeld om de zwarte markt tegen te gaan; wie zich daar niet aan hield, verloor zijn handelsrechten.

De vermelding dat Zalmstra "in Duitsland te werk gesteld" is, verwijst naar de Arbeitseinsatz. Vanaf 1942-1943 werden op grote schaal Nederlandse mannen gedwongen om in de Duitse (oorlogs)industrie te gaan werken. De brief illustreert hoe de bureaucratie tijdens de bezetting nauwgezet controleerde wie wel of geen recht had op schaarse middelen, waarbij eerdere overtredingen of afwezigheid door tewerkstelling direct leidden tot uitsluiting van economisch verkeer.

Kooplieden in dit dossier 8