Archiefdocument
Origineel
19 maart 1943 No. 46/37/1 M. 1943 $\frac{23}{3}$ Amsterdam, 19/3 '43
Geachte Heer Directeur!
Ondergetekende Th Halmstra-Boere en P F
Jansen-Marinissen echtgenooten van de bij u
dienst bekende vischventers van dien naam en sinds
eenige weken te werk gesteld in Duitsland ko-
men met het volgende voor ons zoo belangrijke ver-
zoek tot u in de stille hoop ons niet te zullen te-
leurstellen daar voor onze gezinnen van u welwil-
lende gunstige beslissing zooveel afhangt.
De verdiensten ~~van onze~~ echtgenooten zijn van
dien aard dat met de grootste zorg en overleg hier
van zelfs niet is rond te komen en ons beleefd ver-
zoek is dan ook weder in het genot te worden gesteld
van de visch toewijzing op de naam onzer echtge-
nooten of die van ons, daar wij onze standplaatsen
op het Dapperplein nog hebben van Marktwezen
zou zulks bij uwe gunstige beslissing op ons ver-
zoek geheel in orde zijn
Het is dan ook Geachte Heer dat wij ons verzoek
door de zeer slechte verdiensten van onze mannen
vrijmoedig tot u richten daar wij door zelve te
gaan staan met handel in het onderhoud van
onze gezinnen kunnen mee werken, zoodat de al-
ler grootste armoede dan geweerd kan worden
zoodat wij de toekomst hoopvoller kunnen tegemoet
zien, daar wij anders in de schulden en alle verdere
gevolgen van dien zouden komen te zitten
Geachte Heer zeer gaarne zouden wij dan ook * Taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, ietwat nederige toon ("in de stille hoop", "vrijmoedig tot u richten"). Het taalgebruik is kenmerkend voor de lagere sociale klasse die zich wendt tot een autoriteit, met lange, soms grammaticaal verwarde zinnen.
* Kernproblematiek: De schrijfsters kaarten de financiële nood aan die is ontstaan doordat hun mannen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland moeten werken. De vergoeding die zij daar ontvangen is onvoldoende om de gezinnen in Nederland te onderhouden.
* Doel van de brief: De vrouwen verzoeken om de officiële "visch toewijzing" (distributierechten/vergunning) op hun eigen naam te krijgen of die van hun mannen te mogen gebruiken. Hiermee willen zij zelf de handel op de markt (Dapperplein) overnemen om het gezinsinkomen aan te vullen en schulden te voorkomen. * Historische achtergrond: De brief dateert uit de bezettingsperiode (maart 1943). In deze periode werd de gedwongen tewerkstelling van Nederlandse mannen in de Duitse oorlogsindustrie geïntensiveerd. Dit ontwrichtte vele huishoudens, zowel emotioneel als financieel.
* Sociaal-economisch: De brief illustreert de actieve rol die vrouwen op zich namen om te overleven tijdens de oorlog. Het Dapperplein in Amsterdam-Oost was (en is) een belangrijk handelscentrum. Door de schaarste was de handel in vis streng gereguleerd via toewijzingen; zonder deze papieren mocht men niet venten of een standplaats innemen.
* Bureaucreatie: De aantekeningen in de marge en de stempels duiden op de ambtelijke verwerking van het verzoek binnen het gemeentelijk apparaat van Amsterdam (Dienst Marktwezen).