Archief 745
Inventaris 745-280
Pagina 422
Dossier 26
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijk advies.

30 september 1939 (verzonden op 2 oktober 1939). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling).

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijk advies. 30 september 1939 (verzonden op 2 oktober 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling). 1ste Gr. de Stael.

VP/HG.

27/96/2 M. Verzonden 2/10 - '39
1 30 September 1939.

Klacht van A.R.Rijken inzake
schoenreparatie op markt
Ten Katestraat.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
9 September jl. om advies ontvangen stuk no.685 L.M.1939 heb
ik de eer U te berichten, dat het repareeren van schoenen op
de markten hier ter stede is toegestaan (vide het Besluit van
Burgemeester en Wethouders d.d. 20 December 1935 No.1121 L.M.
1935). Op de markt Ten Katestraat zijn drie kooplieden, die
aldaar vaste plaatsen bezetten voor den verkoop van rubber-
hakken en zolen, welke zij desgewenscht onder de schoenen van
hun koopers bevestigen. Een hunner heeft bovendien, des
Zaterdags, een schoenmakers stikmachine op zijn marktplaats;
hij verricht daarmede kleine reparaties voor het publiek. Dit
heeft nimmer tot eenigerlei moeilijkheid op de markt aanleiding
gegeven en er bestaat mijns inziens geen reden het te verbie-
den. Ook op andere markten worden wel eenvoudige reparaties
verricht. Met de Vestigingswet Kleinbedrijf komt een en ander
niet in strijd, aangezien deze wet op de markten niet toepas-
selijk is.
Ik geef U beleefd in overweging den adressant te
doen berichten, dat geen termen bestaan om in het door hem
bedoelde geval maatregelen te nemen.
De Directeur, In deze brief reageert een directeur (waarschijnlijk van de relevante gemeentelijke dienst) op een klacht van een burger, A.R. Rijken. De klager had blijkbaar bezwaar tegen het feit dat er op de markt in de Ten Katestraat schoenreparaties werden uitgevoerd.

De directeur verdedigt deze praktijk met drie argumenten:
1. Juridische basis: Een besluit van B&W uit 1935 staat dit expliciet toe.
2. Praktische noodzaak/traditie: Er zijn drie kooplieden die zolen en hakken verkopen en deze direct bevestigen; één gebruikt zelfs een stikmachine voor kleine reparaties. Dit verloopt al geruime tijd zonder problemen.
3. Wettelijke kaders: De "Vestigingswet Kleinbedrijf" (ingevoerd in 1937 om de kwaliteit van ambachten te reguleren) is volgens de directeur niet van toepassing op marktkooplieden.

Het advies aan de wethouder is dan ook om de klacht af te wijzen en geen maatregelen te treffen tegen de marktkooplieden. Het document dateert van eind september 1939, exact een maand nadat de algemene mobilisatie in Nederland was uitgeroepen en de Tweede Wereldoorlog in Europa was uitgebroken. Hoewel Nederland nog neutraal was, heerste er economische onzekerheid.

De brief illustreert een klassiek conflict tussen de gevestigde middenstand (die gebonden was aan de strenge Vestigingswet Kleinbedrijf) en de meer informele of flexibele handel op de markten. Markten zoals die in de Ten Katestraat waren essentieel voor de minder bedeelde Amsterdammers om goedkoop hun bezittingen, zoals schoeisel, te laten onderhouden. De verwijzing naar de Vestigingswet suggereert dat de klager mogelijk een reguliere schoenmaker was die zich benadeeld voelde door de concurrentie op de markt die niet aan dezelfde vestigingseisen hoefde te voldoen.

Samenvatting

In deze brief reageert een directeur (waarschijnlijk van de relevante gemeentelijke dienst) op een klacht van een burger, A.R. Rijken. De klager had blijkbaar bezwaar tegen het feit dat er op de markt in de Ten Katestraat schoenreparaties werden uitgevoerd.

De directeur verdedigt deze praktijk met drie argumenten:
1. Juridische basis: Een besluit van B&W uit 1935 staat dit expliciet toe.
2. Praktische noodzaak/traditie: Er zijn drie kooplieden die zolen en hakken verkopen en deze direct bevestigen; één gebruikt zelfs een stikmachine voor kleine reparaties. Dit verloopt al geruime tijd zonder problemen.
3. Wettelijke kaders: De "Vestigingswet Kleinbedrijf" (ingevoerd in 1937 om de kwaliteit van ambachten te reguleren) is volgens de directeur niet van toepassing op marktkooplieden.

Het advies aan de wethouder is dan ook om de klacht af te wijzen en geen maatregelen te treffen tegen de marktkooplieden.

Historische Context

Het document dateert van eind september 1939, exact een maand nadat de algemene mobilisatie in Nederland was uitgeroepen en de Tweede Wereldoorlog in Europa was uitgebroken. Hoewel Nederland nog neutraal was, heerste er economische onzekerheid.

De brief illustreert een klassiek conflict tussen de gevestigde middenstand (die gebonden was aan de strenge Vestigingswet Kleinbedrijf) en de meer informele of flexibele handel op de markten. Markten zoals die in de Ten Katestraat waren essentieel voor de minder bedeelde Amsterdammers om goedkoop hun bezittingen, zoals schoeisel, te laten onderhouden. De verwijzing naar de Vestigingswet suggereert dat de klager mogelijk een reguliere schoenmaker was die zich benadeeld voelde door de concurrentie op de markt die niet aan dezelfde vestigingseisen hoefde te voldoen.