Ambtelijke brief/adviesnota (doorslag of kopie).
Origineel
Ambtelijke brief/adviesnota (doorslag of kopie). 30 september 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven:] I ere. Th. de Graer.
[Handgeschreven:] extra.
VP/HG.
27/96/2 M.
1 30 September 1939.
Klacht van A.E.Rijken inzake
schoenreparatie op markt
Ten Katestraat. den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
9 September jl. om advies ontvangen stuk no.685 L.M.1939 heb
ik de eer U te berichten, dat het repareeren van schoenen op
de markten hier ter stede is toegestaan (vide het Besluit van
Burgemeester en Wethouders d.d. 20 December 1935 No.1121 L.M.
1935). Op de markt Ten Katestraat zijn drie kooplieden, die
aldaar vaste plaatsen bezetten voor den verkoop van rubber-
hakken en zolen, welke zij desgewenscht onder de schoenen van
hun koopers bevestigen. Een hunner heeft bovendien, des
Zaterdags, een schoenmakers stikmachine op zijn marktplaats;
hij verricht daarmede kleine reparaties voor het publiek. Dit
heeft nimmer tot eenigerlei moeilijkheid op de markt aanleiding
gegeven en er bestaat mijns inziens geen reden het te verbie-
den. Ook op andere markten worden wel eenvoudige reparaties
verricht. Met de Vestigingswet Kleinbedrijf komt een en ander
niet in strijd, aangezien deze wet op de markten niet toepas-
selijk is.
Ik geef U beleefd in overweging den adressant te
doen berichten, dat geen termen bestaan om in het door hem
bedoelde geval maatregelen te nemen.
De Directeur, * **Essentie:** De brief is een formeel advies van een gemeentelijk directeur aan een wethouder naar aanleiding van een klacht van een burger (A.E. Rijken). De klacht richt zich tegen het feit dat er op de markt in de Ten Katestraat schoenen worden gerepareerd.
- Argumentatie: De directeur voert aan dat deze praktijk legaal is op basis van een besluit van B&W uit 1935. Hij specificeert dat het gaat om drie kooplieden die zolen en hakken verkopen en deze direct monteren, en één die zelfs een stikmachine gebruikt.
- Juridisch aspect: Er wordt expliciet verwezen naar de Vestigingswet Kleinbedrijf. De directeur stelt dat deze wet niet van toepassing is op de markt, waardoor de klacht van de waarschijnlijke concurrent (Rijken) ongegrond wordt verklaard.
- Tijdperk: De brief is geschreven op de vooravond van de oorlog (september 1939). De taal is formeel-ambtelijk ("ik heb de eer U te berichten", "den adressant", "geen termen bestaan"). Dit document biedt een inkijkje in de sociaal-economische verhoudingen in Amsterdam aan het eind van de jaren '30. De Vestigingswet Kleinbedrijf (1937) was bedoeld om het aantal faillissementen in de middenstand te beperken door eisen te stellen aan vakbekwaamheid. Dit leidde vaak tot conflicten tussen gevestigde winkeliers (die aan alle eisen moesten voldoen) en markthandelaren (die vaak meer vrijheid genoten).
De klager, A.E. Rijken, was zeer waarschijnlijk een lokale schoenmaker met een vaste winkel die zich benadeeld voelde door de 'goedkope' concurrentie op de Ten Katemarkt. De gemeente kiest hier echter voor de handhaving van de markttraditie en de toegankelijkheid van goedkope diensten voor het publiek boven de bescherming van de individuele winkelier. De Ten Katemarkt was (en is) een van de drukkere volksmarkten in Amsterdam-West.