Ambtelijke correspondentie / Adviesbrief
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Adviesbrief 6 mei 1943 A’dam 6/5 1943
N. V. C.
Naar aanleiding van uw
brief dd. 5 April jl. no.
8573/V/Re bericht ik U,
dat de verzoeken van S.
schipper de Jong meer-
malen in de advies-
commissie zijn behandeld.
De leden der Com.
nemen unaniem
het standpunt in, dat
schipper de Jong nimmer
bona fide in de vischhandel
is werkzaam geweest,
reden waarom steeds afwijzend
op deze verzoeken is geadviseerd.
Op grond hiervan geef ik
U in overweging het onderhavige
verzoek van de hand te
wijzen.
(w.g.) [onleesbare paraaf, mogelijk 'DH' of 'DS']
46/842 De brief is een formeel negatief advies betreffende een verzoek van een persoon genaamd "schipper De Jong". Uit de tekst blijkt dat de adviescommissie van de N.V.C. zich meerdere malen over de zaak heeft gebogen. De centrale conclusie is dat de aanvrager nooit "bona fide" (te goeder trouw of op rechtmatige wijze) werkzaam is geweest binnen de vissector. Vanwege dit gebrek aan bewezen professionele status adviseert de opsteller van de brief om ook de huidige aanvraag direct af te wijzen. De toon is zakelijk, beslist en typisch voor de bureaucratische stijl van de jaren veertig. Het document dateert uit mei 1943, een periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland waarin de handel en distributie van levensmiddelen, waaronder vis, onder strikt toezicht stonden. De N.V.C. (Nederlandsche Visscherij-Centrale) speelde een cruciale rol in de regulering van de sector en het bestrijden van de zwarte handel. Om te mogen handelen of vissen was een officiële erkenning nodig. De term "bona fide" werd in deze context vaak gebruikt om te toetsen of iemand een legitieme ondernemer was met een historisch recht op een vergunning, of een gelukszoeker/zwarthandelaar die probeerde te profiteren van de schaarste. Schipper De Jong wordt hier door de commissie als niet-legitiem bestempeld, wat in die tijd betekende dat hem elke legale uitoefening van zijn beroep of handel kon worden ontzegd. C.