Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 8 april 1943. J.W. Vroonenbroek, viswinkelier. Amsterdam 8 April 1943
Geachte Heer!
Ondergetekende J.W. Vroonenbroek
Ostadestraat 110, vraagt hierbij of u hem
niet een dubbele toewijzing wilt
geven voor gerookte visch, daar hij maar
eens in de drie weken gerookte visch
ontvangt ik krijg dan zoo weinig
terwijl ik in een drukken buurt
woon en altijd veel gerookte visch
heb verkocht garnalen en paling
Gaarne u antwoord
tegemoet ziende
Met Hoogachting
uw dnr
J. W Vroonenbroek
Ostadestraat 110
visszaak
[Aantekening diagonaal:] Afwijzen
[Stempel onderaan:] No. 46/116/1 M. 1943 20/4 De schrijver van de brief, J.W. Vroonenbroek, is een visboer gevestigd aan de Ostadestraat in de Amsterdamse Pijp. Hij richt een verzoek aan een distributie-instantie om een hogere toewijzing van gerookte vis (met name garnalen en paling). Zijn argumentatie is dat de huidige levering (eens per drie weken) volstrekt onvoldoende is voor de klandizie in zijn "drukke buurt".
Het document is tekenend voor de bureaucratische afhandeling van dergelijke verzoeken tijdens de bezettingsjaren: linksonder is met een grote, diagonale penstreek het woord "Afwijzen" geschreven, wat duidt op een negatief besluit door de behandelend ambtenaar. Het stempel onderaan toont de administratieve verwerking op 20 april 1943. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was bijna de volledige voedselvoorziening onderworpen aan een streng distributiesysteem. Grondstoffen en producten waren schaars omdat een groot deel van de productie naar Duitsland werd afgevoerd of simpelweg niet meer beschikbaar was door de oorlogsomstandigheden.
Winkeliers waren voor hun handel volledig afhankelijk van de toewijzingen (contingenten) van de overheid. Voor een visboer in 1943 was de situatie nijpend: vis was een van de weinige eiwitbronnen die soms nog buiten de strengste vleesbonnen viel, maar de aanvoer was door de beperkingen op de visserij in de Noordzee minimaal. De "Afwijzing" op deze brief illustreert de starheid van het systeem en de toenemende tekorten in het vierde oorlogsjaar. J.W. Vroonenbroek