Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 3 februari 1943 Een viskleinhandelaar (gevestigd aan de Eerste Goudsbloemdwarsstraat 3, Amsterdam) M.H. / 46b/144/2 / 3-2-43
1 op 2 garnalen
Ik vraag mij af waarom ik niet in de verdeling
voor gerookte en zoetwatervisch kom.
Daar ik voor dat het op de Toewijzing kwam
alreeds gerookte visch van Gerrits, Roosman
en M de Groot nog en nog een paar andere betrokken
heb. en ook van IJ Goedhart heb ik versche visch
gehad maar ik kan er niet voor wezen dat ik in
september van 1940 ziek ben komen te leggen en
tot Maart 1941 in het Binnengasthuis verpleegd
ben geworden daarna heb ik het winkelhuis
gehuurd in de eerst Goudsbloemdw. str No 3
voor gerookte visch en mosselen en tot heden
verkoop ik er nog in. Maar in December van
1941 kreeg ik iemand van de omzetbelasting en
ik moest voor het jaar 1941 f 32,37 cent omzet
belasting betalen en voor 1942 heb ik ook al
betaald. Ik ben ingeschreven bij de
Nederlandsche Visscherij centrale onder No 519
ingedeeld in groep van Kleinhandelaren in
visch
No. 46b/144/1 M. 1943 4/5 De schrijver van de brief, een visboer uit de Amsterdamse Jordaan (Eerste Goudsbloemdwarsstraat 3), beklaagt zich over het feit dat hij niet is opgenomen in de officiële distributie van gerookte en zoetwatervis. Om zijn recht op deze toewijzingen te bewijzen, voert hij drie argumenten aan:
1. Historie: Hij deed al zaken met bekende groothandels (Gerrits, Roosman, De Groot, Goedhart) voordat het distributiesysteem strikt werd gereguleerd.
2. Continuïteit: Hij verklaart dat de onderbreking in zijn bedrijfsvoering kwam door een langdurige ziekenhuisopname in het Binnengasthuis (september 1940 - maart 1941).
3. Legaliteit: Hij bewijst dat hij een legitieme ondernemer is door te wijzen op zijn betalingen van omzetbelasting over 1941 en 1942 en zijn registratie bij de Nederlandsche Visscherij centrale onder nummer 519. Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was bijna alle voedselvoorziening onderworpen aan een streng distributiesysteem om tekorten te beheersen. De "Toewijzing" waarover gesproken wordt, was cruciaal voor ondernemers; zonder officiële toewijzing kon een winkelier geen voorraad inkopen.
Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische strijd die kleine zelfstandigen moesten voeren om hun nering voort te kunnen zetten in een tijd van schaarste en strikte regulering. Het geeft tevens een inkijkje in de Amsterdamse detailhandel en de impact van persoonlijke omstandigheden (zoals ziekte) op de status van een bedrijf tijdens de oorlogsjaren.