Administratief dossierblad/notitie betreffende een vergunningsaanvraag.
Origineel
Administratief dossierblad/notitie betreffende een vergunningsaanvraag. [Stempel linksboven:] No. 46a/178/1 M. 1943
J. Boot.
Blankenstraat 64 II
Amsterdam.
[In potlood bovenin:]
1940 buiten vischbedr.
in Duitschland gewerkt
vait door buiten a.d.w.
voor 1 jaar.
[Rechtsboven:]
oproepen
6-4-'43
de Haas
[In potlood in kader rechts:]
Zoetw v. [Zoetwatervis]
gev. aal [gevangen aal]
ger. visch [gerookte visch]
ong. gem.
zeevisch
[Midden tekst in inkt:]
heeft een toewijzing bij
H v d Lingen, Monnickendam voor
paling en witvisch.
[Onderste gedeelte in inkt:]
Boot heeft steeds gevent buiten Amsterdam.
Stelt nu voor: In A'dam te venten en een toewijzing
te ontvangen van de afslag.
Op hooren, moet naar de afslag in Adam. [Amsterdam]
afwijzen
Niet als kleinhandelaar bekend in Adam. — [toevoeging:] middelh. [middelhandelaar]
Heeft geen ventvergunning. — opgeroepen
7-5-'43 — per 9/4 '43.
de Haas [handtekening]
[Rechtsonder in potlood:]
46b/178/2
afwijzen
weir (?) aanvrage Het document is een verslag van een aanvraag door de heer J. Boot voor een uitbreiding of wijziging van zijn visvergunning tijdens de Duitse bezetting. Uit de aantekeningen kunnen we het volgende afleiden:
* Huidige situatie: Boot is een visverkoper die tot dan toe buiten Amsterdam "ventte" (straatverkoop). Hij had een toewijzing voor paling en witvis via een handelaar in Monnickendam (H. v.d. Lingen). Er is ook een notitie dat hij vanaf 1940 in Duitsland heeft gewerkt (mogelijk in het kader van de Arbeidseinsatz).
* Verzoek: Boot wil toestemming om in Amsterdam zelf te gaan venten en rechtstreeks via de Amsterdamse visafslag zijn handel te betrekken.
* Besluit: De aanvraag wordt afgewezen door een ambtenaar genaamd De Haas.
* Motivering: De redenen voor afwijzing zijn formeel-administratief: hij staat in Amsterdam niet geregistreerd als kleinhandelaar en hij beschikt niet over de noodzakelijke Amsterdamse ventvergunning. Dit document stamt uit het voorjaar van 1943, een periode waarin de voedselvoorziening en handel in Nederland onder streng toezicht stonden van de bezetter en de daaraan gelieerde distributie-instanties. Om de zwarte handel tegen te gaan en de distributie te beheersen, was elke stap in de keten (van afslag tot consument) gebonden aan strikte vergunningen en toewijzingen. De afwijzing van Boots verzoek illustreert de starheid van het bureaucratische systeem tijdens de oorlog: zonder de juiste lokale registraties was het nagenoeg onmogelijk om een handelsactiviteit te verplaatsen of uit te breiden. De vermelding van zijn werk in Duitsland suggereert dat zijn arbeidsverleden werd gecontroleerd als onderdeel van de beoordeling. H. v.d. Lingen J. Boot