Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 65
Dossier 109
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypt afschrift van een zakelijke brief.

1 mei 1943 (1.5.43). Aan: Onbekend (geadresseerd als "Weled. Heer").

Origineel

Getypt afschrift van een zakelijke brief. 1 mei 1943 (1.5.43). Onbekend (geadresseerd als "Weled. Heer"). A F S C H R I F T .

Amsterdam, 1.5.43 Weled. Heer

Onderget. verzoekt U beleefd of U hun voor een onderhoud kunt ontvangen,
aangaande onze toewijzing aal, dien wij ontvangen van den Gemeente
Amsterdam. Aangezien wij steeds voor een grootere toewijzing hebben
geschreven en gesproken, kon ons dien niet worden verstrekt, omdat er aan
niemand meer dan een dubbele toewijzing werd verstrekt in de vorige
seizoenen, maar daar er dit seizoen voor enkele handelaars wel een grootere
toewijzing is verstrekt, dien daar recht op hadden, zoo hebben wij ons
ook tot de verdeelingscommissie gewend, waar wij mochten vernemen, alsdat
alleen den Haag daarover besliste.
Daar wij bij de eerste verdeeling bij den 10 hoogste toewijzingen werden
ingedeeld, welke ons ook rechtens onze vooroorlogsche omzet toekwam,
is sindsdien veranderd in een dubbele toewijzing groot 80 pond aal per
beurt, aangezien er geen grootere toewijzing werd verstrekt.
Daar onze vooroorlogsche omzetten geheel bekend zijn, de Visscherijcentrale
heeft daarvoor al onze omzetten opgenomen en welke wij nu nog met onze
rekeningen kunnen overleggen, zoo hopen wij nu er voor handelaren dien
daar recht op hebben een grootere toewijzing word verstrekt, dat ook wij
daar voor in aanmerking komen, daar onze omzetten van toen dat zeker
rechtvaardige.
Hopende dat U over ons schrijven goedgunstig zult kunnen beslissen, ver-
Blijf ik

                                              Hoogachtend,

                                              J.R.A.H. Grosze Nipper,
                                              Bosch en Lommerweg 112,

                                              W.H. Grosze Nipper,
                                              Hemburgstraat 26,
                                              AMSTERDAM.-

Voor eensluidend afschrift.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening] In deze brief verzoeken twee Amsterdamse vishandelaren, J.R.A.H. en W.H. Grosze Nipper, om een gesprek over hun aal-quotum. Hun kernargument is dat hun huidige toewijzing (80 pond per beurt) niet in verhouding staat tot hun aanzienlijke vooroorlogse omzet. Ze merken op dat de regel dat niemand meer dan een "dubbele toewijzing" kreeg onlangs is versoepeld voor andere handelaren. De brief weerspiegelt de bureaucratische strijd om schaarse goederen, waarbij de handelaren proberen aan te tonen dat zij tot de top van de markt behoorden om zo hun bedrijfsvoering levensvatbaar te houden. De verwijzing naar "den Haag" toont aan dat de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid bij de centrale overheid lag. Het document dateert uit mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Duitse bezetting was de Nederlandse economie een distributie-economie geworden. Producten zoals vis waren schaars en de handel stond onder strikt toezicht van de bezetter en speciaal hiervoor opgerichte organisaties. De Nederlandsche Visscherijcentrale was de instantie die de visserijsector reguleerde en de distributie van visproducten beheerde. Handelaren waren volledig afhankelijk van officiële "toewijzingen" (quota) om handel te kunnen drijven. Het beroep op de "vooroorlogsche omzet" was in die tijd de standaardprocedure voor ondernemers om een eerlijk aandeel in de schaarse goederenstroom te bepleiten.

Samenvatting

In deze brief verzoeken twee Amsterdamse vishandelaren, J.R.A.H. en W.H. Grosze Nipper, om een gesprek over hun aal-quotum. Hun kernargument is dat hun huidige toewijzing (80 pond per beurt) niet in verhouding staat tot hun aanzienlijke vooroorlogse omzet. Ze merken op dat de regel dat niemand meer dan een "dubbele toewijzing" kreeg onlangs is versoepeld voor andere handelaren. De brief weerspiegelt de bureaucratische strijd om schaarse goederen, waarbij de handelaren proberen aan te tonen dat zij tot de top van de markt behoorden om zo hun bedrijfsvoering levensvatbaar te houden. De verwijzing naar "den Haag" toont aan dat de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid bij de centrale overheid lag.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Duitse bezetting was de Nederlandse economie een distributie-economie geworden. Producten zoals vis waren schaars en de handel stond onder strikt toezicht van de bezetter en speciaal hiervoor opgerichte organisaties. De Nederlandsche Visscherijcentrale was de instantie die de visserijsector reguleerde en de distributie van visproducten beheerde. Handelaren waren volledig afhankelijk van officiële "toewijzingen" (quota) om handel te kunnen drijven. Het beroep op de "vooroorlogsche omzet" was in die tijd de standaardprocedure voor ondernemers om een eerlijk aandeel in de schaarse goederenstroom te bepleiten.

Gerelateerde Documenten 1