Brief (advies)
Origineel
Brief (advies) 20 mei 1943 De Directeur (vermoedelijk van de plaatselijke Distributiedienst of Voedselvoorziening) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (waarschijnlijk de gemeente waar het document vandaan komt) 46b/182/2 M.
Vischverdeeling.
20 Mei 1943.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 13 Mei jl. om advies ontvangen stuk no. 353 L.M. 1943 heb ik de eer U te berichten, dat het verzoek van P. Triest is behandeld in een vergadering der Verdeelingscommissie. Deze Commissie deelt mede, dat Triest bekend staat als haringhandelaar en voor den oorlog ook wel visch heeft gebakken en gerookte visch heeft verkocht. Hij ontvangt thans per beurt een toewijzing van 20 kg. zoetwatervisch; 150 kg. zeevisch; 2 kistjes gepelde garnalen; 10 kg. gerookte aal en 1 toewijzing gerookte visch. Deze toewijzingen zijn volgens bovengenoemde Commissie volkomen in overeenstemming met den verkoop van Triest voor den oorlog; zoodat de Commissie geen aanleiding kan vinden om deze toewijzing te herzien.
Op grond hiervan geef ik U in overweging op het verzoek afwijzend te beschikken.
De Directeur, In deze brief wordt advies uitgebracht aan de wethouder over een verzoek van een zekere P. Triest. Triest, een haringhandelaar, heeft waarschijnlijk gevraagd om een verhoging of wijziging van zijn visquota. De "Verdeelingscommissie" heeft de zaak onderzocht en vergeleken met de bedrijfsactiviteiten van Triest van vóór de oorlog.
De commissie stelt vast dat de huidige toewijzing (bestaande uit zoetwatervis, zeevis, garnalen en gerookte vis) precies overeenkomt met zijn historische omzet. Er wordt dan ook negatief geadviseerd: de directeur raadt de wethouder aan om het verzoek van Triest af te wijzen. De tekst is zakelijk en strikt bureaucratisch van toon, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. Dit document stamt uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van grote schaarste en werden vrijwel alle levensmiddelen, waaronder vis, strikt gerantsoeneerd via het distributiestelsel.
De overheid (zowel landelijk als lokaal via de distributiekantoren) controleerde de gehele keten: van wat er gevangen werd tot wat een individuele handelaar mocht verkopen. Toewijzingen werden vaak gebaseerd op de omzetcijfers van vóór de oorlog (de zogenaamde "referentieperiode") om een eerlijke verdeling te waarborgen en zwarte handel tegen te gaan. Handelaren die hun bedrijf wilden uitbreiden of meer voorraad wilden, moesten officiële verzoeken indienen, die zoals in dit geval vaak werden afgewezen als er geen gegronde reden was om af te wijken van de historische gegevens. De term "Levensmiddelen" in de titel van de wethouder verwijst naar de cruciale taak van de gemeente om de voedselvoorziening in goede banen te leiden tijdens de oorlogsjaren.