Handgeschreven brief (verzoekschrift)
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) 28 mei 1943 G. Wels, vischventer Onbekende instantie (waarschijnlijk de Rijksdienst voor de Visserij of een lokale distributie-instantie) [In de bovenmarge, met potlood:] Wels
[Midden boven, met potlood, onduidelijk:] w.v. [?]
Amsterdam 28 Mei 43,
Mijnheer
Ondergeteekende G. Wels [Aantekening in marge:] aanhoud... tot 1/10 10 [?] brief in dossier S 8
van beroep vischventer
verzoekt U om inlichtingen
betreffende zijn toewijzing
van gerookte aal.
Ondergeteekende heeft altijd
gerookte visch verkocht en
heeft geen toewijzing van
gerookte visch op den af-
slag. Hopende dat dit
door vergissing ontstaan
is verwacht ik van U op-
tegen bericht.
Tevens deel ik U mede dat
ik in combinatie werk
met. J. Boom - Sijferts
G Wels [handtekening]
[Diagonaal over de onderste helft geschreven in potlood:] afwijzen
[Onderaan paarse stempel:] No. 46⁶/198/M. 1943
[In rood potlood rechts:] 46ᵇ/198/2
[In blauw potlood rechtsonder:] 46 B * Inhoud: De heer G. Wels, een visboer uit Amsterdam, beklaagt zich over het feit dat hij geen toewijzing heeft gekregen voor gerookte aal (paling) op de visafslag. Hij voert aan dat hij dit product altijd al heeft verkocht en suggereert dat er sprake moet zijn van een vergissing. Hij vermeldt tevens dat hij samenwerkt met J. Boom-Sijferts.
* Administratieve verwerking: Het document is voorzien van diverse ambtelijke aantekeningen. De meest cruciale is het woord "afwijzen" dat schuin over de brief is gekrabbeld, wat aangeeft dat zijn verzoek ondanks zijn argumentatie niet is ingewilligd.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gangbare formele spelling (zoals "ondergeteekende", "vischventer"). De toon is zakelijk en respectvol, passend bij een verzoek aan een overheidsinstantie. * Tweede Wereldoorlog en Distributie: De brief is geschreven in mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en was bijna alle handel onderworpen aan strenge distributieregels en toewijzingen.
* Economische controle: De bezetter en de Nederlandse overheidsapparaten controleerden de voedselvoorziening strikt om zwarte handel tegen te gaan en de bevoorrading (ook die van Duitsland) te garanderen. Kleine zelfstandigen zoals deze 'vischventer' waren volledig afhankelijk van officiële vergunningen en toewijzingen om hun beroep legaal te kunnen uitoefenen.
* Bureaucratie: Het proces van toewijzing was vaak ondoorzichtig en rigide. Het feit dat het verzoek kortweg met "afwijzen" is beantwoord, is tekenend voor de bureaucratische machtsdynamiek van die tijd, waarbij individuele ondernemers vaak het onderspit dolven tegenover centrale besluitvorming. G. Wels J. Boom