Ambtsbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Ambtsbrief van de Gemeente Amsterdam. 10 juli 1943. Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk een wethouder of hoge ambtenaar, gezien de toon). [Handgeschreven aantekeningen bovenin:]
No. 46 b/217/5 M. 1943 12/7 [stempel/geschreven]
brief nog naar mnd. spoed.
ri. D & A mp [geparafeerd]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon 43130, 43321
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Afd. L.M. No. 498 -1943-
Bijlagen -
Uw brief: 30-6-’43
Datum: 10 Juli 1943.
Onderwerp: -
In antwoord op Uw schrijven d.d. 30 Juni j.l., No. 46 b/217/2 M, medeonderteekend door den Gemeentelijken Adviseur voor de Voedings- en Distributieaangelegenheden, in zake overschrijvingen van toewijzingen visch in verband met krijgsgevangenschap en arbeidsinzet, deel ik U mede, dat ik mij in het algemeen wel kan vereenigen met Uw opvatting, dat aan vischventers geen en aan vischwinkeliers wel toestemming kan worden gegeven hun toewijzing over te doen schrijven op naam van hun vrouw of een hunner familieleden. Desondanks wensch ik in dit opzicht geen algemeenen regel vast te stellen, doch ieder geval afzonderlijk te beoordeelen. [onderstreept in origineel]
Wat de mij bij bovenaangehaald schrijven voorgelegde verzoeken van Groen en Schindeler betreft, deel ik U mede, dat de toewijzing van D. Groen Jr kan worden overgeschreven op D. Groen Sr. Tegen overschrijving van de vergunning van Schindeler Jr. op naam van zijn vader, heb ik evenwel overwegende bezwaren. Schindeler Sr. heeft reeds een winkel en wenscht de zaak van zijn zoon nog aan te houden, aangezien zijn gezin de inkomsten van den zoon niet kan missen. Ik kan mij dit van een vischhandelaar niet goed indenken; ik heb bovendien niet den in- [tekst breekt hier af aan einde pagina]
Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
26154-12-42-7500 Dit document is een administratieve beslissing over het behoud van nering (bedrijfsvoering) door familieleden van Amsterdammers die door de bezetter zijn weggevoerd. De kernpunten zijn:
- Selectieve toewijzing: De gemeente maakt een scherp onderscheid tussen visventers (straatverkopers) en viswinkeliers. Winkeliers krijgen in principe wel toestemming om hun vergunning over te dragen aan familie, venters niet.
- Individuele beoordeling: Ondanks de algemene richtlijn benadrukt de schrijver dat elk geval apart beoordeeld moet worden (onderstreept in de tekst). Dit duidt op een streng en controlerend beleid.
- Casuïstiek:
- Groen: De overdracht van zoon naar vader wordt goedgekeurd.
- Schindeler: De overdracht wordt afgewezen. De redenering is hardvochtig: omdat de vader al een winkel heeft, gelooft de ambtenaar niet dat de inkomsten van de tweede zaak van de zoon noodzakelijk zijn voor het levensonderhoud.
-
Toon: De bureaucratische taal verhult de menselijke tragedies die eronder liggen (vaders die de zaken van hun gedeporteerde zonen proberen te redden). Het document dateert van juli 1943, een cruciale fase in de Tweede Wereldoorlog in Nederland.
-
Arbeidsinzet en Krijgsgevangenschap: In 1943 werden Nederlandse mannen op grote schaal opgeroepen voor de Arbeidsinzet (dwangarbeid in Duitsland). Daarnaast moesten voormalige militairen zich in dat jaar opnieuw melden voor krijgsgevangenschap. Dit leidde tot een massale uitstroom van beroepsbevolking, waardoor vele kleine zelfstandigen hun zaak moesten sluiten of overdragen.
- Distributie: Vischtoewijzingen waren cruciaal omdat voedsel schaars was en via een streng distributiesysteem liep. Zonder officiële toewijzing kon een handelaar geen voorraad inkopen.
- Collaboratie/Bestuur: Het document laat zien hoe het Amsterdamse gemeentebestuur onder toezicht van de bezetter de economische uitsluiting en regulering uitvoerde. Hoewel het hier gaat om algemene gevallen (waarschijnlijk niet-Joods, aangezien Joodse zaken toen al grotendeels geliquideerd of 'geariseerd' waren), toont het de nietsontziende bureaucratie tijdens de bezetting.