Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 225
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / adviesbrief.

Origineel

Ambtelijke notitie / adviesbrief. Linksboven (onderstreept):
onderwerps:
vischtoewijzing
W. Vierra

Rechtsboven:
W. l. m. 466/226/2 [onleesbaar monogram]

Body:
Onder vermelding van het merk
Uw kaartbrief d.d. 20 Juli j.l. no. 4636.17.1540
om advies ontvangen zijnde, heb ik de eer U
te berichten, dat adressante de echtgenoote
is van W. Vierra, die als Joodsche kleinhande-
laar geen recht had op visch. Adressante is
nimmer in den vischhandel werkzaam
geweest; zoodat in haar echtgenoote is in-
gesloten en geen aanleiding bestaat haar voor
een toewijzing van visch in aanmerking te
doen komen.
Ik heb de eer U te adviseeren adressante
hiervan mededeeling te doen.

[Onderschrift/Paraaf] Dit document is een ambtelijk advies betreffende een verzoek om een "vischtoewijzing" (distributie-vergunning of handelstoewijzing voor vis). Het taalgebruik is uiterst formeel en zakelijk ("heb ik de eer U te berichten").

De kern van het document is de afwijzing van het verzoek. Er worden twee redenen gegeven:
1. Discriminatie op basis van afkomst: De echtgenoot van de aanvrager, W. Vierra, wordt geclassificeerd als een "Joodsche kleinhandelaar". Volgens de geldende (anti-Joodse) bepalingen van de bezetter had hij geen recht op vis.
2. Beroepsmatige grond: De aanvraagster zelf heeft nooit in de vishandel gewerkt.

De ambtenaar concludeert dat de status van de vrouw gekoppeld is aan die van haar man ("zoodat in haar echtgenoote is ingesloten") en dat er geen reden is om haar een toewijzing te geven. Het advies aan de hogere instantie is dan ook om de vrouw hiervan op de hoogte te stellen. Het document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische uitsluiting van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Na de inval van de Duitsers in 1940 werden stapsgewijs verordeningen ingevoerd die Joodse burgers uitsloten van het economisch leven.

Vanaf 1941 werden Joodse ondernemers gedwongen hun zaken te registreren, waarna deze vaak werden geliquideerd of onder beheer gesteld ("Verwalter"). Ook de distributie van voedsel werd gebruikt als instrument voor uitsluiting; bepaalde producten waren niet langer beschikbaar voor Joden. Dit document illustreert de "banaliteit van het kwaad": een alledaagse administratieve handeling die de systematische beroving en uitsluiting van een bevolkingsgroep formaliseert. De naam W. Vierra verwijst naar een persoon die, op basis van dit document, direct slachtoffer was van deze discriminerende wetgeving.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies betreffende een verzoek om een "vischtoewijzing" (distributie-vergunning of handelstoewijzing voor vis). Het taalgebruik is uiterst formeel en zakelijk ("heb ik de eer U te berichten").

De kern van het document is de afwijzing van het verzoek. Er worden twee redenen gegeven:
1. Discriminatie op basis van afkomst: De echtgenoot van de aanvrager, W. Vierra, wordt geclassificeerd als een "Joodsche kleinhandelaar". Volgens de geldende (anti-Joodse) bepalingen van de bezetter had hij geen recht op vis.
2. Beroepsmatige grond: De aanvraagster zelf heeft nooit in de vishandel gewerkt.

De ambtenaar concludeert dat de status van de vrouw gekoppeld is aan die van haar man ("zoodat in haar echtgenoote is ingesloten") en dat er geen reden is om haar een toewijzing te geven. Het advies aan de hogere instantie is dan ook om de vrouw hiervan op de hoogte te stellen.

Historische Context

Het document is een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische uitsluiting van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Na de inval van de Duitsers in 1940 werden stapsgewijs verordeningen ingevoerd die Joodse burgers uitsloten van het economisch leven.

Vanaf 1941 werden Joodse ondernemers gedwongen hun zaken te registreren, waarna deze vaak werden geliquideerd of onder beheer gesteld ("Verwalter"). Ook de distributie van voedsel werd gebruikt als instrument voor uitsluiting; bepaalde producten waren niet langer beschikbaar voor Joden. Dit document illustreert de "banaliteit van het kwaad": een alledaagse administratieve handeling die de systematische beroving en uitsluiting van een bevolkingsgroep formaliseert. De naam W. Vierra verwijst naar een persoon die, op basis van dit document, direct slachtoffer was van deze discriminerende wetgeving.

Gerelateerde Documenten 1