Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 226
Dossier 3
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke brief/adviesnota.

7 juli 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de plaatselijke Distributiedienst of Dienst voor Levensmiddelenvoorziening). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse).

Origineel

Ambtelijke brief/adviesnota. 7 juli 1943. De Directeur (vermoedelijk van de plaatselijke Distributiedienst of Dienst voor Levensmiddelenvoorziening). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse). [Handgeschreven in blauw potlood: extra]

46b/226/ 2M. 1 7 Juli 1943. VB/SV

Vischtoewijzing Vierra.

                                      Den Heer Wethouder
                                      voor de Levensmiddelen,

                                      A l h i e r.
                                      ===========


      Onder terugzending van het met Uw kant-

brief d.d. 23 Juni jl. no.463 L.M.1943 om
advies ontvangen stuk, heb ik de eer U te be-
richten, dat adressante de echtgenoote is van
W.Vierra, die als Joodsche kleinhandelaar
geen recht had op visch. Adressante is nimmer
in den vischhandel werkzaam geweest, zoodat,
nu haar echtgenoot is ingesloten, er geen aan-
leiding bestaat haar voor een toewijzing van
visch in aanmerking te doen komen.
Ik heb de eer U te adviseeren adressante
hiervan mededeeling te doen.

                                      De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies aan een wethouder betreffende de toewijzing van vis (waarschijnlijk een vergunning of extra rantsoen voor de handel). De aanvraag van de echtgenote van de heer W. Vierra wordt resoluut afgewezen.

De argumentatie is tweeledig en tekenend voor de tijd:
1. Discriminatie: De echtgenoot wordt expliciet aangeduid als "Joodsche kleinhandelaar" die op basis daarvan al geen recht had op vis.
2. Status van de aanvrager: Omdat de vrouw zelf nooit in de vishandel heeft gewerkt en haar man "ingesloten" (gevangen/gedeporteerd) is, ziet de directeur geen reden om haar een toewijzing te geven.

De toon is strikt formeel en bureaucratisch ("heb ik de eer U te berichten"), waarbij de menselijke tragedie achter de term "ingesloten" volledig wordt genegeerd ten gunste van de uitvoering van (discriminerende) regels. De brief dateert uit de zomer van 1943, een periode waarin de Jodenvervolging in het bezette Nederland haar dieptepunt bereikte. Joodse ondernemers waren al uit hun zaken gezet of hun handel was onmogelijk gemaakt door talloze verordeningen.

De term "ingesloten" is een eufemisme voor de arrestatie of deportatie van de heer Vierra naar een concentratiekamp (zoals Westerbork of Vught). Uit deze brief blijkt hoe de lokale bureaucratie naadloos meewerkte aan de uitsluiting van Joodse burgers en hun familieleden. De overheid hield zich in dit stadium strikt aan de verordeningen van de bezetter, waarbij zelfs basisbehoeften zoals de toewijzing van vis werden gebruikt als instrument voor uitsluiting.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies aan een wethouder betreffende de toewijzing van vis (waarschijnlijk een vergunning of extra rantsoen voor de handel). De aanvraag van de echtgenote van de heer W. Vierra wordt resoluut afgewezen.

De argumentatie is tweeledig en tekenend voor de tijd:
1. Discriminatie: De echtgenoot wordt expliciet aangeduid als "Joodsche kleinhandelaar" die op basis daarvan al geen recht had op vis.
2. Status van de aanvrager: Omdat de vrouw zelf nooit in de vishandel heeft gewerkt en haar man "ingesloten" (gevangen/gedeporteerd) is, ziet de directeur geen reden om haar een toewijzing te geven.

De toon is strikt formeel en bureaucratisch ("heb ik de eer U te berichten"), waarbij de menselijke tragedie achter de term "ingesloten" volledig wordt genegeerd ten gunste van de uitvoering van (discriminerende) regels.

Historische Context

De brief dateert uit de zomer van 1943, een periode waarin de Jodenvervolging in het bezette Nederland haar dieptepunt bereikte. Joodse ondernemers waren al uit hun zaken gezet of hun handel was onmogelijk gemaakt door talloze verordeningen.

De term "ingesloten" is een eufemisme voor de arrestatie of deportatie van de heer Vierra naar een concentratiekamp (zoals Westerbork of Vught). Uit deze brief blijkt hoe de lokale bureaucratie naadloos meewerkte aan de uitsluiting van Joodse burgers en hun familieleden. De overheid hield zich in dit stadium strikt aan de verordeningen van de bezetter, waarbij zelfs basisbehoeften zoals de toewijzing van vis werden gebruikt als instrument voor uitsluiting.

Gerelateerde Documenten 1