Archiefdocument
Origineel
23 oktober 1943 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 25/10"). De Directeur (vanwege de inhoud vermoedelijk van de Nederlandsche Visscherij Centrale). Den Heer G.A. Wezer, Simsonstraat 19 huis, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven in paars:] Verzonden 25/10
46b/230/3 M. SV
23 October 1943.
Den Heer G.A.Wezer
Simsonstraat 19 huis
Amsterdam-Zuid.
==============
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 15
September jl. deel ik U mede, dat gehoord het
advies van de door de Nederlandsche Visscherij
Centrale ingestelde Verdeelingscommidssie U
een halve toewijzing fijne zeevisch is toege-
kend.
De Directeur, Dit document is een officieel schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Het illustreert de verregaande bureaucratisering van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Spelling en typefouten: Het document hanteert de toenmalige spelling (bijv. "zeevisch", "October"). In de tekst staat een duidelijke typefout: "Verdeelingscommidssie" (met een extra 'd').
- Inhoud: De heer Wezer heeft op 15 september een verzoek ingediend, waarop ruim een maand later positief wordt beslist. Hij krijgt een "halve toewijzing fijne zeevisch". Dit duidt op een systeem van extra rantsoenen of toewijzingen bovenop de standaard distributiebonnen, vaak verleend op basis van specifieke (bijv. medische of beroepsmatige) gronden.
- Bureaucratie: De vermelding van een advies door een specifieke "Verdeelingscommissie" toont aan hoe strikt de verdeling van schaarse goederen was gereguleerd. In oktober 1943 heerste er in Nederland grote schaarste. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was het orgaan dat onder toezicht van de bezetter de visserij en de handel in visproducten controleerde.
De locatie van de ontvanger, de Simsonstraat 19 in Amsterdam-Zuid, bevindt zich in de Stadionbuurt. In deze periode waren de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers in volle gang. Het feit dat de heer Wezer op dit adres in oktober 1943 nog officiële correspondentie ontving over voedseltoewijzingen, kan een startpunt zijn voor verder genealogisch of historisch onderzoek naar zijn specifieke status of achtergrond tijdens de bezettingsjaren.