Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 18 januari 1944. De Directeur (naam niet gespecificeerd, referentie vD/SV), vermoedelijk van een lokale visverdeelingsinstantie. Den Heer Directeur van het Bedrijfsschap voor Visscherijproducten, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. [Handgeschreven, blauw potlood/inkt:] Verzonden 19/1 [onleesbaar, mogelijk "Imp"]
[Links:] 46b/233/4-~~43~~ 463
[Rechts:] vD/SV
18 Januari 1944.
den Heer Directeur van het Bedrijfsschap voor Visscherijproducten
2e Adelheidstraat 300,
's-G r a v e n h a g e.
=====================
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 December jl. no. 29337/Verd./Ian. bericht ik U, dat het verzoek van H. Licht v.d. Poel om haar in de vischverdeeling op te nemen, herhaaldelijk is behandeld in vergaderingen der Verdeelingscommissie voor visch te dezer stede.
Mejuffrouw Licht v.d. Poel is uitsluitend opgenomen in de verdeeling van garnalen en mosselen. Volgens de Commissie heeft zij in de basisjaren nimmer met visch gehandeld. In het jaar 1941 heeft zij wel eens een kleine hoeveelheid gerookte visch te koop gehad, doch als bona fide kleinhandelaarster kan zij ook voor dat jaar niet worden beschouwd. Mejuffrouw Licht v.d. Poel heeft geen bewijzen kunnen overleegen omtrent de hoeveelheden visch, welke zij zou hebben omgezet. Inwilliging van het verzoek wordt dan ook door de Commissie met klem ontraden, met welk advies ik mij kan vereenigen.
Ik geef U in overweging het verzoek van de hand te wijzen.
De Directeur, De kern van dit document is een ambtelijke afwijzing van een verzoek om uitbreiding van handelsrechten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een zekere mejuffrouw H. Licht v.d. Poel heeft verzocht om te worden opgenomen in de distributie van vis ("vischverdeeling"). Tot op dat moment had zij blijkbaar alleen rechten voor de handel in garnalen en mosselen.
De lokale Verdeelingscommissie adviseert negatief op basis van drie argumenten:
1. Historische handel: Ze heeft in de vastgestelde "basisjaren" (referentieperiodes van voor de schaarste) nooit in vis gehandeld.
2. Kwalificatie: Hoewel ze in 1941 incidenteel gerookte vis verkocht, wordt ze niet erkend als een "bona fide kleinhandelaarster" in die specifieke branche.
3. Bewijslast: Ze kan geen officiële cijfers overleggen van eerdere omzetten in vis.
De directeur die de brief schrijft, sluit zich aan bij het advies van de commissie en adviseert de landelijke directeur van het Bedrijfsschap om het verzoek officieel af te wijzen. Dit document stamt uit januari 1944, een periode van diepe economische ontregeling in het bezette Nederland. Door de oorlogsomstandigheden en de Duitse opeisingen was er een grote schaarste aan voedsel, waaronder vis. Om de schaarse goederen te verspreiden, was een strikt systeem van distributie en "verdeeling" opgezet.
Het Bedrijfsschap voor Visscherijproducten was een van de vele "bedrijfsschappen" die tijdens de bezetting werden opgericht of hervormd onder het zogeheten "Organisatiebesluit 1941". Deze schappen fungeerden als dwingende publiekrechtelijke organisaties die toezicht hielden op een specifieke sector. Ze reguleerden wie wat mocht verkopen en in welke hoeveelheden.
Voor een kleine handelaar was opname in zo'n verdeelsysteem van levensbelang; zonder toewijzing van de overheid was er geen legale handel mogelijk. De term "basisjaren" verwijst naar de praktijk waarbij men moest aantonen al vóór de crisis (meestal 1938 of 1939) actief te zijn geweest in een branche om aanspraak te maken op distributiebescheiden. De strenge toetsing in deze brief illustreert de bureaucratische controle op de schaarse middelen in oorlogstijd. H. Licht