Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 254
Dossier 109
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

27 juli 1943 (op basis van ambtelijke kantlijnnotitie). Van: H. ter Voort Jr. Aan: Onbekend (geadresseerd als "Weled. Heer"), vermoedelijk een directeur van een visafslag of een ambtenaar bij een distributie-instantie.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 27 juli 1943 (op basis van ambtelijke kantlijnnotitie). H. ter Voort Jr. Onbekend (geadresseerd als "Weled. Heer"), vermoedelijk een directeur van een visafslag of een ambtenaar bij een distributie-instantie. [Stempel/Kenmerk rechtsboven:] No. 46g/235/1 M. 1943 Inschrijving 23.

Weled. Heer.

Bij dezen verzoek ik u beleefd onder den aandacht te mogen brengen, dat mijn zaak nog steeds verstoken is van een Fijn-Vis Toewijzing.
En te meer nu er al heel weinig andere soorten Vis worden aangevoerd, wordt dat door ons heel erg aangevoeld.
Nu is mijn zaak wel in een volksbuurt gelegen, en volgens een eerder gedaan verzoek daarom afgewezen. Maar ik kan u wel zeggen geheel ten onrechte. Want ik heb ze ook verkocht, en vooral op Vrijdag aan Katholieke klanten, welke ik u bij naam en adres zou kunnen noemen.
Tevens zou ik u er op willen wijzen, dat wij op Ymuiden wel een toewijzing hebben, maar door leveringsplicht aan uw afslag moeten aanvoeren.
Volgens mij is dat een scheve verhouding, waarin u naar ik hoop verandering zult brengen.

Inmiddels beleefd afwachtend
H. ter Voort Jr

[Ambtelijke kantlijnnotities onderaan:]
Aan H. ter Voort mededeelen dat zijn verzoek in September a.s. zal worden behandeld. 27-7-’43 [handtekening]
Nadelig advies – wellicht nadere inf. verschaffen.
46g/235/2 In deze brief protesteert vishandelaar H. ter Voort Jr. tegen het feit dat zijn winkel geen toewijzing krijgt voor "fijn-vis" (de duurdere vissoorten zoals tong of tarbot). De kernpunten zijn:

  1. Argumentatie tegen de afwijzing: De autoriteiten hadden zijn eerdere verzoek afgewezen omdat zijn zaak in een volksbuurt ligt, uitgaande van de aanname dat daar geen markt is voor dure vis. Ter Voort weerlegt dit door te wijzen op zijn katholieke klantenkring die traditiegetrouw op vrijdag vis eet.
  2. Bureaucreatische frictie: Hij wijst op een onlogische situatie waarbij hij in IJmuiden wel een toewijzing heeft, maar door de geldende "leveringsplicht" verplicht is aan de lokale afslag te leveren, zonder dat hij daar zelf de gewenste vis voor terugkrijgt.
  3. Toon: De brief is geschreven in de formele, onderdanige maar besliste stijl die gebruikelijk was in correspondentie met instanties ("Weled. Heer", "beleefd onder den aandacht brengen"). Het document dateert uit juli 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De visserij en de handel in levensmiddelen waren in deze periode streng gereguleerd via een distributiesysteem.

  4. Schaarste: De schrijver merkt op dat er "heel weinig andere soorten vis worden aangevoerd". Dit kwam door de beperkingen die de bezetter oplegde aan de visserij op de Noordzee (vanwege mijnengevaar en vluchtgevaar naar Engeland).

  5. Religie: De verwijzing naar "Katholieke klanten" en de vrijdag onderstreept het sociaal-religieuze belang van vis in die tijd (het katholieke gebod om op vrijdag geen vlees maar vis te eten).
  6. Bestuur: De ambtelijke krabbels onderaan tonen de molens van de bureaucratie: het verzoek wordt aangehouden tot september en er wordt intern een "nadelig advies" gesuggereerd, ondanks de argumenten van de vishandelaar. De nummers (zoals 46g/235/1) wijzen op een systematische archivering binnen een overheidsorgaan, waarschijnlijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening of een vergelijkbare instantie.

Samenvatting

In deze brief protesteert vishandelaar H. ter Voort Jr. tegen het feit dat zijn winkel geen toewijzing krijgt voor "fijn-vis" (de duurdere vissoorten zoals tong of tarbot). De kernpunten zijn:

  1. Argumentatie tegen de afwijzing: De autoriteiten hadden zijn eerdere verzoek afgewezen omdat zijn zaak in een volksbuurt ligt, uitgaande van de aanname dat daar geen markt is voor dure vis. Ter Voort weerlegt dit door te wijzen op zijn katholieke klantenkring die traditiegetrouw op vrijdag vis eet.
  2. Bureaucreatische frictie: Hij wijst op een onlogische situatie waarbij hij in IJmuiden wel een toewijzing heeft, maar door de geldende "leveringsplicht" verplicht is aan de lokale afslag te leveren, zonder dat hij daar zelf de gewenste vis voor terugkrijgt.
  3. Toon: De brief is geschreven in de formele, onderdanige maar besliste stijl die gebruikelijk was in correspondentie met instanties ("Weled. Heer", "beleefd onder den aandacht brengen").

Historische Context

Het document dateert uit juli 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De visserij en de handel in levensmiddelen waren in deze periode streng gereguleerd via een distributiesysteem.

  • Schaarste: De schrijver merkt op dat er "heel weinig andere soorten vis worden aangevoerd". Dit kwam door de beperkingen die de bezetter oplegde aan de visserij op de Noordzee (vanwege mijnengevaar en vluchtgevaar naar Engeland).
  • Religie: De verwijzing naar "Katholieke klanten" en de vrijdag onderstreept het sociaal-religieuze belang van vis in die tijd (het katholieke gebod om op vrijdag geen vlees maar vis te eten).
  • Bestuur: De ambtelijke krabbels onderaan tonen de molens van de bureaucratie: het verzoek wordt aangehouden tot september en er wordt intern een "nadelig advies" gesuggereerd, ondanks de argumenten van de vishandelaar. De nummers (zoals 46g/235/1) wijzen op een systematische archivering binnen een overheidsorgaan, waarschijnlijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening of een vergelijkbare instantie.

Gerelateerde Documenten 1