Afschrift (doorslag) van een getypte brief.
Origineel
Afschrift (doorslag) van een getypte brief. 30 oktober 1943. K.C. Jansen (aangeduid als 'Weerman'), woonachtig aan de 3e Goudsbloemdwarsstraat 12 I, Amsterdam. Onbekend, maar geadresseerd als "Kameraad" (waarschijnlijk een hogere functionaris binnen de NSB of een aanverwante organisatie). A F S C H R I F T
No. 772 L.M.1943 2/11
No. 46b/258/5 M.1943 3/11 Amsterdam, 30 October 1943.
Kameraad,
Daar ik op mijn schrijven van eenige weken geleden,
omtrent inhouding der toewijzing van mijn broer F.E.W.Jansen
en die pneerlijk ingehouden toewijzing zoetwatervisch van
mijzelf, toen ik verplichte W.A.dienst had, nog geen ant-
woord heb ontvangen zoo neem ik nu de pen ter hand, om U er
alsnog aan te herinneren.
Zelf heb ik slechts de gewone lagere school be-
zocht en enkele jaren H.B.S. doch als een brief ontving, of
deze goed of kwaad bevatte, ben ik toch altijd zoo correct
geweest, deze te beantwoorden.
De situatie is thans zoo, dat mijn moeder voor
wie Frans de kostwinner was nu reeds een deurwaardersexploit
heb ontvangen van 5 weken huurschuld. Ik begrijp dus niet,
hoe U het met Uw geweten overeen kunt brengen zoo'n ouwe
stumper van 68 jaar zoo lang in het onzekere en armoede te
laten zitten, terwijl U met een enkele pennestreek alle
ellende voor haar kan wegvagen en haar kan recht doen weder-
varen, want in der recht staat ze, dat heb ik U reeds met
voorbeelden duidelijk aangetoond. Want hoewel ik nog steeds
denk, dat al die onrechtvaardige dingen gebeuren buiten Uw
medeweten begin ik toch sterk te twijfelen of er nog wel
recht op de Vischmarkt te krijgen is.
Volgens mijn gedachte zult U ook wel een anti-
pathie tegen mij hebben, maar dat zal wel het resultaat van
verdichtsels van de heeren Sixma, ter Haar en consorten zijn
over mij, want hoewel wij aan de vischmarkt hoe langer hoe
meer het idee krijgen, dat we daar de heeren als overbodig
en lastig worden beschouwd,(enkele speciale vriendjes daarge-
laten) toch heb ik altijd voor mijn recht durven op te komen
en dit vonden de heeren natuurlijk vreeselijk brutaal, want
wie komt er nou voor zijn recht op tegen wezens als Sixma en
ter Haar, dat feitelijk halfgoden zijn.
Ik was namelijk vroeger één van de grootste
vischhandelaars van Amsterdam en daarom voel ik me vaak be-
nadeeld, daar ik, behalve zoetwatervisch verder overal de
kleinste toewijzing van heb.
Affijn, genoemde heeren zullen mij wel uit poli-
tiek oogpunt ook alle manieren tegenwerken en dus bij U
zwart maken en U geeft mij geen kans, om U eens mondeling
dit alles nog beter te vertellen, want U bent onbereikbaar
voor een gewoon mensch, want ik ben reeds 4 keer aan Uw
kantoor geweest, maar ben steeds teruggestuurd.
Ik heb deze brief misschien een beetje te veneinig
gesteld, maar dat komt door dat lange wachten op antwoord
er door die absoluut oneerlijk behandeling in beide zaken,
maar ik hoop nu op beter resultaat of tenminste antwoord,
dus teekenen ik wederom met Hoogachting. Houzee!
Weerman K.C. Jansen Vendel 4
3e Goudsbloemdwarsstraat 12 I
Amsterdam.
z.o.z. De schrijver van de brief, K.C. Jansen, beklaagt zich over het stopzetten of verminderen van toewijzingen (quota) voor de handel in zoetwatervissen voor hemzelf en zijn broer Frans. De brief is doordrenkt van frustratie en een gevoel van onrechtvaardigheid. Jansen wijst erop dat zijn gebrek aan inkomsten zijn 68-jarige moeder in grote financiële problemen heeft gebracht; zij dreigt uit haar huis te worden gezet wegens een huurschuld.
Jansen valt specifiek twee functionarissen aan, de heren Sixma en Ter Haar, die hij beschuldigt van machtsmisbruik, vriendjespolitiek en het verspreiden van "verdichtsels" (leugens) over hem. Hij voelt zich als "gewoon mensch" en oud-grootvischhandelaar gemarginaliseerd door de bureaucratie. Hoewel de toon van de brief bij vlagen agressief en "veneinig" is, probeert Jansen de ontvanger nog te vleien door te suggereren dat deze onrechtvaardigheden wellicht buiten zijn medeweten om gebeuren.
Opvallend is de spanning tussen zijn loyaliteit aan de beweging (gezien de terminologie) en zijn bittere teleurstelling over de behandeling die hij van diezelfde beweging krijgt. Hij voelt zich politiek tegengewerkt, wat ironisch is gezien zijn eigen actieve rol binnen de organisatie. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De termen "Kameraad", "W.A.dienst" (Weerbaarheidsafdeling), "Weerman" en de groet "Houzee!" wijzen onomstotelijk op een lidmaatschap van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB).
In 1943 was de voedselvoorziening in Nederland streng gereguleerd via een systeem van toewijzingen en distributie. Voor handelaren in de visserijsector betekende het verlies van een toewijzing een direct einde aan hun bestaansmiddelen. De brief illustreert de interne corruptie en vriendjespolitiek die destijds binnen de distributieorganen en de NSB-gelederen heersten. Ondanks de gedeelde politieke overtuiging ontstonden er felle conflicten wanneer persoonlijke economische belangen in het gedrang kwamen.
De "Vischmarkt" waarnaar verwezen wordt, is de centrale vismarkt in Amsterdam, destijds een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening waar politieke invloed en economische overleving hand in hand gingen. De verwijzing naar "verplichte W.A.dienst" suggereert dat Jansen zijn zakelijke belangen moest achterlaten voor paramilitaire taken, wat zijn rancune over het verlies van zijn vis-quota alleen maar vergrootte. K.C. Jansen NSB