Handgeschreven brief (verzoekschrift)
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) 16 november 1943 Wed. J. L. Jansen, Lijnbaansgracht 32B, Amsterdam Amsterdam 16-11-1943
No. 46/258/8 M. 1943 12/11 626
Mijnheer
Mijn zoon Frans Jansen heb de laatste 2 jaar voor mijn
gezorgd. Maar nu mijn is veroordeeld tot 2 jaar tucht-
huisstraf nu moet ik weer in mijn onderhoud zelf voorzien
Mijnheer ik heb altijd op de Lindengracht gestaan met vis
en heb ook een vishal gehad in de Leidsche kruisstraat
Ik heb altijd zelf mijn vis verkocht want mijn zoons gingen
naar Ymuiden en kwamen om 11 uur soms 12 uur terug. Dan
was ik meestal de vis van de vorigen dag al kwijt. En als mijn
zoon dan terug was verkochten we de vis samen op de Linden-
gracht. Nu hoop ik dat u mijn spoedig in de verdeeling van
vis wil inschakelen want ik zit al 9 weken zonder verdien-
ste en zit op f 7 per week huur. En ik heb mijn geheelen
len leven van de vismarkt geleefd. Hopende dat ik
spoedig bericht van u mag ontvangen teeken ik
Wed J L Jansen
Lijnbaansgracht 32 B
Amsterdam Deze brief is een dringend verzoek van een weduwe aan een onbekende instantie (waarschijnlijk een distributie- of marktwezen-autoriteit). De schrijfster, mevrouw Jansen, vraagt om te worden opgenomen in de officiële visverdeling zodat zij haar beroep als visverkoopster weer kan oppakken.
De aanleiding voor de brief is een persoonlijke crisis: haar zoon Frans, die de afgelopen twee jaar voor haar zorgde, is veroordeeld tot twee jaar tuchthuisstraf. Hierdoor is zij haar bron van inkomsten kwijtgeraakt terwijl haar vaste lasten, zoals de huur van 7 gulden per week, doorgaan. Zij benadrukt haar levenslange ervaring in de vishandel op bekende Amsterdamse locaties zoals de Lindengracht en de Leidsche Kruisstraat om haar verzoek kracht bij te zetten.
Het taalgebruik is authentiek en enigszins volks ("nu mijn is veroordeeld"), wat duidt op een schrijfster die vanuit een directe noodzaak schrijft en mogelijk minder formeel geschoold is. De brief dateert uit november 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De economie was in deze tijd streng gereguleerd via een distributiesysteem; zonder officiële toewijzing was het nagenoeg onmogelijk om legaal in voedselwaren te handelen.
De vermelding van "tuchthuisstraf" voor de zoon kan duiden op diverse vergrijpen die in oorlogstijd zwaar bestraft werden, variërend van zwarte handel tot verzetsactiviteiten of het weigeren van de arbeidsinzet. De wanhoop van de weduwe weerspiegelt de harde realiteit van veel Amsterdammers in de Jordaan en omstreken, die probeerden te overleven in een stad waar schaarste en repressie de boventoon voerden. De vismarkt en de aanvoer vanuit IJmuiden waren vitale, maar zwaar gecontroleerde onderdelen van de Amsterdamse voedselvoorziening. L. Jansen Marktwezen