Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en een concept-antwoord.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en een concept-antwoord. 18 October 1943. De Geneesheer-Directeur van het Binnengasthuis, Amsterdam (ondertekend namens hem door v.d. Reyden). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Centrale Markthallen, Amsterdam (Alhier). [Briefhoofd links]
BINNENGASTHUIS
AMSTERDAM
Wordt verzocht bij de
beantwoording datum en
nummer te vermelden.
No. 1386
Bijlage
[Briefhoofd rechts]
AMSTERDAM, 18 October 1943
[Stempel en handgeschreven notities bovenaan]
No. 466/269/1 M. 1943
Repr. Dinsdag 2/11 '43
2/11 to N.V.C.
komt hier - 8
nw. Dir
Maandagmiddag Adv.
[Inhoud brief]
Hierdoor roep ik nog eens Uw medewerking in ter verkrijging van een vergunning om versche en bereide visch te kunnen koopen ten behoeve van de hier in volledige kost en inwoning zijnde verpleegsters, geneesheeren en dienstboden bij de gewone leveranciers, die onze inrichting steeds bediend hebben.
Zoo nu en dan is er versche zeevisch of zoetwatervisch en bereide visch bij winkeliers of op verkoopplaatsen voor de burgerij te verkrijgen, maar dit wonende personeel kan daarvan geen gebruik maken, doordat de Gemeente hen tegen betaling in volledige voeding heeft en zij individüeel hier werkzaam zijn met een beperkte, korte vrijheid in het raam van den dagelijkschen dienst.
Ik moge U daarom verzoeken aan de betreffende winkeliers zoo nu en dan een hoeveelheid visch ter levering aan het Binnengasthuis toe te wijzen en wel telkens 40 Kg. In verband met de kleine hoeveelheid vleesch, die gelijk is aan het burgerrantsoen en die wekelijks aan hen verstrekt kan worden, is een aanvulling met visch op een of meer andere dagen zeer gewenscht en noodig.
Voor versche visch is de leverancier de Fa. W. Geijs, Binnenbanttammerstraat 3, Alhier, terwijl bereide visch geleverd werd of door de Fa. N. Hagedoorn, Langebrugsteeg 7, Alhier, of door Buisman’s Haringhuis, Grimburgwal 10, Alhier.
Mocht het U niet mogelijk zijn de genoemde fitma’s [sic: firma’s] van de gevraagde hoeveelheid visch voor het Binnengasthuis te voorzien, dan zal ik mij eventueel met de Visschehrij-Centrale [sic: Visscherij-Centrale] in Den Haag in verbinding stellen en zal ik het zeer op prijs stellen, indien U een dergelijk verzoek zou willen ondersteunen.
[Ondertekening]
De Geneesheer-Directeur
van het Binnen-Gasthuis
p. (v.d. Reyden)
[Handtekening]
[Adres links onder]
Den Heer Directeur van het
Marktwezen
Centrale Markthallen
Alhier
[Handgeschreven aantekeningen onderzijde]
bespr.
Naar aanleiding van Uw brief dd. 18 Oct. jl.
no. 1386 bericht ik U, dat ik Uw verzoek heb besproken met den Directeur der N.V.C.
Het is echter i.v.m. het gestelde in het Uitvoeringsbesluit in het Visscherijbesluit 1941 en den aangenomen regel vooralsnog niet mogelijk gebleken.
[Links onderaan in druk] 2500-21-12-'39
[Handgeschreven in de kantlijn] ... tot mijn beschikking stellen. DA
--- * Kern van de correspondentie: Het Binnengasthuis vraagt om een extra toewijzing van 40 kg vis per keer om het personeel (artsen, verpleging en bedienden) van voldoende voeding te kunnen voorzien.
* Problematiek: Door de oorlogssituatie en de daarmee gepaard gaande rantsoenering is er te weinig vlees beschikbaar. Het personeel heeft kost en inwoning in het ziekenhuis en kan niet zelf de markt op om vis te kopen vanwege hun beperkte vrije tijd en de strikte voedingsregeling van de Gemeente.
* Leveranciers: De brief noemt drie specifieke Amsterdamse vishandelaren: Fa. W. Geijs (Binnen Bantammerstraat), Fa. N. Hagedoorn (Langebrugsteeg) en Buisman’s Haringhuis (Grimburgwal).
* Taalgebruik: Formeel en beleefd, typerend voor de vroege 20e eeuw en ambtelijke correspondentie ("Hierdoor roep ik nog eens Uw medewerking in", "Alhier"). Opvallend zijn de typefouten "fitma's" en "Visschehrij-Centrale".
--- Deze brief stamt uit oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender. Alles was op de bon (rantsoenering), en instellingen zoals ziekenhuizen moesten vechten voor extra toewijzingen om hun personeel op de been te houden.
De "N.V.C." waarnaar in het handgeschreven antwoord wordt verwezen, is de Nederlandsche Visscherij Centrale, een overheidsorgaan dat tijdens de bezetting toezicht hield op de visvangst en distributie. Uit het concept-antwoord onderaan de brief blijkt dat de aanvraag van het ziekenhuis werd afgewezen op basis van het "Visscherijbesluit 1941". Dit illustreert de bureaucratische starheid en de schaarste in die tijd: zelfs voor een cruciaal instituut als het Binnengasthuis kon er geen uitzondering worden gemaakt op de regels voor visdistributie.