Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 389
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie).

7 december 1943. Van: De Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden en De Directeur (Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie). 7 december 1943. De Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden en De Directeur (Amsterdam). [Handgeschreven linksboven:]
46b/269/2 M.

[Handgeschreven middenboven:]
Verzonden 2 AV.P
rel. & Hospitaal commissie

[Handgeschreven rechtsboven:]
646

[Getypt:]
VD/SV

Vischver- / deeling.
7 December 1943.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,

A l h i e r.

In bijlage dezes hebben de ondergeteekenden de eer U een afschrift te doen toekomen van een van den Geneesheer-Directeur van het Binnengasthuis ontvangen brief inzake het leveren van visch aan het inwonende personeel van het ziekenhuis.

Wij hebben dit verzoek besproken met den Directeur van het Bedrijfsschap voor Visscherijproducten, die terzake een neutraal standpunt inneemt en vervolgens inlichtingen ingewonnen bij de Administrateurs van het Wester- en Binnengasthuis. Eerstgenoemde administrateur deelde mede geen behoefte aan een speciale voorziening van visch te hebben daar hij voldoende voorzien werd. Er zijn in het Binnengasthuis momenteel 235 inwonende personeelsleden, die nimmer in de gelegenheid zijn om visch te koopen. Wij hebben den Administrateur medegedeeld, dat de vischaanvoer van Amsterdam zoo gering is, dat het niet mogelijk is om een regeling te treffen, waarbij periodiek een hoeveelheid visch ter beschikking van personeelen van ziekenhuizen en dergelijke wordt gesteld.

Het lijkt ons evenwel wel mogelijk om bij een grooten vischaanvoer eens een partijtje visch via een kleinhandelaar naar het Binnengasthuis te zenden. Wanneer een pond visch per hoofd zou worden gegeven, zou hiervoor 235 pond visch noodig zijn. Een zoodanige hoeveelheid kan bij grooten aanvoer wel ter beschikking worden gesteld.

Wij verzoeken U goed te willen keuren, dat zóó nu en dan bijvoorbeeld eens per drie maanden, een zoodanige hoeveelheid visch voor het Binnengasthuis wordt gereserveerd.

De Gemeentelijke Adviseur voor
Voedings- en Distributieaange-
legenheden,

De Directeur, Dit document is een ambtelijk voorstel betreffende de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een verzoek van het Binnengasthuis om vis te mogen leveren aan hun inwonend personeel.

Hoofdpunten uit de analyse:
* Logistiek probleem: Het inwonend personeel (235 personen) heeft geen mogelijkheid om zelf vis te kopen, waarschijnlijk vanwege hun lange werktijden en de noodzaak om in de rij te staan bij schaarste.
* Schaarste: De visaanvoer in Amsterdam in december 1943 wordt omschreven als "zoo gering" dat een structurele, periodieke toewijzing voor ziekenhuispersoneel niet haalbaar is.
* Verschil tussen instellingen: Het Westergasthuis geeft aan geen extra hulp nodig te hebben, wat duidt op een ongelijke distributie of andere interne regelingen tussen Amsterdamse ziekenhuizen.
* Voorgestelde oplossing: Een pragmatisch compromis waarbij alleen bij grote overschotten ("grooten aanvoer") eenmalig 235 pond vis (één pond per persoon) naar het Binnengasthuis wordt gestuurd, met een frequentie van ongeveer eens per drie maanden. Het document dateert van december 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze tijd steeds nijpender. Alles was "op de bon" (distributiestelsel) en de aanvoer van verse producten zoals vis was onregelmatig en schaars, mede door de beperkingen die de bezetter oplegde aan de visserij op de Noordzee.

De brief illustreert de bureaucratische werkelijkheid van die tijd: zelfs voor een relatief kleine hoeveelheid voedsel (235 pond vis voor een essentieel instituut als een ziekenhuis) was overleg nodig tussen de Gemeentelijke Adviseur, de Wethouder en het landelijke "Bedrijfsschap voor Visscherijproducten". Het toont de moeite die de gemeente Amsterdam deed om binnen de beperkingen van de oorlogseconomie toch zorg te dragen voor haar zorgpersoneel.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk voorstel betreffende de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een verzoek van het Binnengasthuis om vis te mogen leveren aan hun inwonend personeel.

Hoofdpunten uit de analyse:
* Logistiek probleem: Het inwonend personeel (235 personen) heeft geen mogelijkheid om zelf vis te kopen, waarschijnlijk vanwege hun lange werktijden en de noodzaak om in de rij te staan bij schaarste.
* Schaarste: De visaanvoer in Amsterdam in december 1943 wordt omschreven als "zoo gering" dat een structurele, periodieke toewijzing voor ziekenhuispersoneel niet haalbaar is.
* Verschil tussen instellingen: Het Westergasthuis geeft aan geen extra hulp nodig te hebben, wat duidt op een ongelijke distributie of andere interne regelingen tussen Amsterdamse ziekenhuizen.
* Voorgestelde oplossing: Een pragmatisch compromis waarbij alleen bij grote overschotten ("grooten aanvoer") eenmalig 235 pond vis (één pond per persoon) naar het Binnengasthuis wordt gestuurd, met een frequentie van ongeveer eens per drie maanden.

Historische Context

Het document dateert van december 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze tijd steeds nijpender. Alles was "op de bon" (distributiestelsel) en de aanvoer van verse producten zoals vis was onregelmatig en schaars, mede door de beperkingen die de bezetter oplegde aan de visserij op de Noordzee.

De brief illustreert de bureaucratische werkelijkheid van die tijd: zelfs voor een relatief kleine hoeveelheid voedsel (235 pond vis voor een essentieel instituut als een ziekenhuis) was overleg nodig tussen de Gemeentelijke Adviseur, de Wethouder en het landelijke "Bedrijfsschap voor Visscherijproducten". Het toont de moeite die de gemeente Amsterdam deed om binnen de beperkingen van de oorlogseconomie toch zorg te dragen voor haar zorgpersoneel.

Gerelateerde Documenten 1