Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. Den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. No. 46 b/269/3 M. 1943 $\frac{20}{2}$
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
[Rechtsboven handgeschreven:]
630
mr. Dir
Th. v. Duinhove
Jurp
ter behandeling
met Th. Poolman
Telefoon 43130, 43321
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Afd. L.M. No. 1022 - 1943
Bijlagen [leeg]
Uw brief: [leeg]
Datum: 17 December 1943.
Onderwerp: levering visch aan Binnengasthuis.
In antwoord op Uw schrijven d.d. 7 December j.l. No. 46 b/269/2 M deel ik U mede, dat ik mij met den inhoud daarvan kan vereenigen.
Ik heb er mitsdien geen bezwaar tegen, dat bij grooten vischaanvoer een partij visch van ± 235 pond via een kleinhandelaar wordt geleverd aan het Binnengasthuis. Dit zal evenwel beperkt moeten blijven tot éénmaal in de drie maanden.
* VM
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening, onleesbaar]
[Handgeschreven notities onderaan en in de marge:]
Links (rood): Repr. bij mij 1/2 1944
Midden (blauw): Gezien 3-1-44 [paraaf]
Rechts (blauw): opberg 3/4 44
Onderaan (potlood/inkt):
Zelfde verzoek van Th. v. Schaik
Adm. Jul. v. Stolbergschehuis
150 man nuchtern.
[Linksonder drukkerijinfo:]
Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
20826 10-42-5000 * Inhoud: De wethouder geeft toestemming voor een incidentele extra levering van vis (circa 235 pond) aan het Binnengasthuis, mits er sprake is van een groot aanbod op de markt. Deze uitzondering mag slechts eenmaal per kwartaal voorkomen.
* Bureaucratie: De brief toont de strakke regulering van voedselstromen tijdens de bezettingsjaren. Zelfs voor een relatief kleine partij vis voor een ziekenhuis was expliciete toestemming van de wethouder nodig.
* Administratief proces: De diverse parafen en data (januari en april 1944) laten zien hoe het document door de ambtelijke molen ging voordat het definitief werd gearchiveerd ("opberg"). De notities bovenin wijzen op de specifieke ambtenaren die de zaak behandelden. Dit document stamt uit december 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. De distributie van levensmiddelen was onderworpen aan strikte regels en vergunningen om zwarte handel te voorkomen en de schaarse middelen zo goed mogelijk te verdelen. Instellingen zoals ziekenhuizen (het Binnengasthuis) hadden vaak moeite om aan voldoende proteïnerijk voedsel te komen. De koppeling van een extra levering aan "grooten vischaanvoer" duidt op de onvoorspelbaarheid van de visserij in oorlogstijd (door mijnenvelden en vorderingen van schepen). De handgeschreven toevoeging onderaan over het "Jul. v. Stolbergschehuis" suggereert dat vergelijkbare verzoeken van andere zorginstellingen tegen deze beslissing werden afgezet.