Archiefdocument
Origineel
1 november 1943 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam) [Linksboven, getypt:]
46b/283/2 M.
[Midden boven, handgeschreven in paars potlood:]
Verzonden 1/11
[Rechtsboven, getypt:]
SV
[Rechts, getypt:]
1 November 1943.
Aan den Heer waarnemend
Politie-President,
Marnixstraat 260-264,
Amsterdam-Centrum.
====================
Krachtens een door den Burgemeester en de Nederlandsche Visscherij Centrale getroffen regeling wordt te dezer stede op de Vischmarkt aan de daarvoor in aanmerking komende kleinhandelaren visch toegewezen, die deze aan de bevolking moeten verkoopen. Iedere kleinhandelaar moet zooveel mogelijk zelf aanwezig zijn. Sedert eenige maanden ontbreekt de kleinhandelaar A.J. Ferment, geboren 24-3-1913, wonende Prinsenstraat 7.
Volgens mijn informatie zou Ferment zijn ingesloten. Ingevolge opdracht van het Gemeentebestuur verzoek ik U beleefd mij te doen weten, voor welk feit Ferment is ingesloten en of reeds veroordeeling heeft plaats gehad.
Van den aard van Uw mededeeling ter zake z zal het Gemeentebestuur het laten afhangen of Ferment al dan niet in de verdeeling blijft opgenomen.
De Directeur,
[Handgeschreven paraaf]
[Linksonder, handgeschreven in blauwe inkt:]
Volgens ontvangen
mededeeling van
de P. in Vught verblijvend. Dit document is een ambtelijke correspondentie die de bureaucratische afhandeling van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog illustreert. De belangrijkste elementen zijn:
- Controle op Distributie: De toewijzing van vis aan handelaren was strikt gereguleerd. Als een handelaar zonder opgaaf van reden wegbleef, riskeerde hij zijn recht op handel te verliezen.
- Informatieverzoek: De gemeente probeert te achterhalen of de afwezigheid van A.J. Ferment een legitieme (of dwingende) oorzaak heeft, zoals een arrestatie.
- Vaststelling van Status: De gemeente vraagt expliciet naar het "feit" waarvoor hij is ingesloten en of er een veroordeling is. Dit was cruciaal om te bepalen of iemand als 'crimineel' of als 'politiek delinquent' werd beschouwd, wat gevolgen had voor zijn burgerlijke rechten en economische vergunningen.
- Het antwoord: De handgeschreven notitie onderaan geeft de uitkomst van het onderzoek weer: Ferment verblijft in Vught. Dit duidt op Kamp Vught (Konzentrationslager Herzogenbusch), een concentratiekamp onder SS-beheer. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de schaarste aan voedsel groot. De "Nederlandsche Visscherij Centrale" was het orgaan dat de vangst en distributie controleerde.
Abraham Johannes Ferment (geboren 1913), de visverkoper uit de Prinsenstraat, was inderdaad door de bezetter gearresteerd. Uit historische bronnen is bekend dat hij als politiek gevangene naar Kamp Vught werd gestuurd en later naar andere kampen (waaronder Dachau) is gedeporteerd. Hij was een van de weinigen die de kampen overleefde. Deze brief toont hoe de 'koude' gemeentelijke administratie doorliep terwijl burgers in de raderen van de naziterreur verdwenen. De Marnixstraat 260-264, waar de brief naartoe werd gestuurd, was het hoofdkwartier van de Amsterdamse politie, die nauw samenwerkte met de Sicherheitsdienst (SD). A.J. Ferment Marktwezen Politie