Archiefdocument
Origineel
A F S C H R I F T.
No. 899 L.M. 1943 3/11
Amsterdam, 27 October 1943.
Wel Edelachtbare Heer,
Langs deze weg zijn beide ondergeteekenden
H. Boom en H. Köhler, van beroep Vischhandelaar, zoo vrij U Ed.
beleefd te verzoeken hun onderhoud toe te staan.
Dit in verband met het feit, dat zij op hun herhaalde verzoek om
een toewijzing van versche visch, steeds een afwijzende beschik-
king verkregen van de Directie van het Marktwezen te Amsterdam.
Mocht tot het verleenen van een onderhoud geen gelegenheid
bestaan zoo verzoeken wij U Edele een beslissing in ons geval
te willen nemen. Wij drijven reeds gedurende jaren een zaak
respectievelijk Hoogte Kadijk 72 en Javaplein 27 en verkopen
uitsluitend visch.
Zoolang er nog olie was, bakten wij ook versche visch en toen de
verkoop van olie werd stopgezet, verkregen wij (Van de Ned.
Zuivelcentrale Den Haag) als Vischbakkers een olietoewijzing.
Hoewel het thans niet meer mogelijk is gebakken visch te ver-
koopen (Oliegebrek) meenen wij toch dat wij op een toewijzing
versche visch aanspraak kunnen maken. Gezien wij deze visch ver-
werkten. In welke vorm deze visch thans eventueel door ons zou
moeten worden verkocht, hetzij versch of in andere vorm, laten
wij vanzelfsprekend aan de des betreffende instanties over.
Hopende dat U Edele een gunstige bemiddeling zult willen nemen
en gaarne bereid zijnde om verdere inlichtingen te verstrekken,
teekenen wij met verschuldigde eerbied en de meeste hoogachting,
De Wethouder voor de Levensmiddelen w.g. H. Boom
enz. stelt deze in handen van den H. Köhler
Heer Directeur van het Marktwezen
om spoedig advies.
Amsterdam, 3 November 1943.
H. Boom, Hoogte Kadijk 72 (Organisatie No. 9010)
H. Köhler, Javaplein 27 ( " " 9206)
No. 46b/287/1 M.1943 5/11 * Kern van het verzoek: De heren Boom en Köhler exploiteren viszaken in Amsterdam (Centrum/Oost). Voorheen bakten zij vis, waarvoor zij een olietoewijzing kregen via de Nederlandse Zuivelcentrale. Vanwege de oorlogsschaarste is er geen bakolie meer beschikbaar. Omdat zij nu niets meer te verkopen hebben, vragen zij om een toewijzing van verse vis.
* Conflict: De Directie van het Marktwezen heeft eerdere verzoeken hiertoe afgewezen. De ondernemers proberen nu via de Wethouder voor Levensmiddelen een doorbraak te forceren, waarbij ze aangeven dat de vorm van verkoop (vers of bewerkt) hen niet uitmaakt, zolang zij hun bedrijf maar kunnen voortzetten.
* Procedurele afhandeling: De wethouder (of diens secretarie) heeft de brief op 3 november 1943 doorgeleid naar de Directeur van het Marktwezen met het verzoek om "spoedig advies".
* Opvallende details: De brief vermeldt de "Organisatie No." (9010 en 9206), wat waarschijnlijk verwijst naar de registratie bij de verplichte beroepsorganisaties tijdens de bezettingstijd. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze jaren was er een enorme schaarste aan bijna alle primaire levensmiddelen en grondstoffen, waaronder vetten en oliën. De gehele economie was onderworpen aan een strikt distributiestelsel.
Ondernemers zoals visbakkers raakten hun broodwinning kwijt zodra de toewijzing van cruciale grondstoffen (zoals bakolie) stopte. Dit document illustreert de bureaucratische strijd die kleine ondernemers moesten voeren met lokale en nationale instanties (zoals de Rijksbureaus en de gemeentelijke marktwezen-diensten) om alternatieve handelswaar toegewezen te krijgen om te kunnen overleven. De toon van de brief is, zoals gebruikelijk in die tijd, uiterst nederig ("met verschuldigde eerbied"), ondanks de wanhopige situatie waarin de winkeliers zich bevonden. H. Boom Marktwezen