Officieel rapport / ambtsverslag (waarschijnlijk van een politiefunctionaris of marktopziener).
Origineel
Officieel rapport / ambtsverslag (waarschijnlijk van een politiefunctionaris of marktopziener). 26 oktober 1939. Daarna koopen de menschen de andere, doch precies
dezelfde kwaliteit voor de gangbare duurder prijs. Hij heeft
veel hinder van Marie, als hij naast haar staat.
Depl. P. Tol, verklaart dat hij weinig hinder van Marie
heeft, daar zij als regel niet dicht bij hem staat. Hij wil
liever buiten deze kwestie blijven en heeft geteekend omdat
de andere dat ook hebben gedaan.
De plh K. Tol verklaart dat Marie wel eens onbehoorlijk en
onbeschoft optreedt, doch dat hij liever buiten deze kwestie
blijft.
Depl. G. Koning is van meening dat Marie unfaire concur-
rentie pleegt; hij wil liever buiten deze kwestie blijven.
Depl. J. Tol heeft den brief geteekend omdat hij de concurrentie-
wijze van Marie onbehoorlijk vind, doch ook hij wil liever
buiten deze kwestie blijven, daar ook andere wel eens „hun
boekje te buiten gaan”. Persoonlijk heeft hij geen hinder van
Marie.
De bewoonster van perceel Ten Katestr. 19 hs. Mevr. Al. Vijde
verklaarde mij desgevraagd dat Marie wel eens voor be-
doeld perceel staat en zij nimmer heeft gehoord dat zij
erglijk tegen het publiek of de andere plekshouders optreedt.
Integendeel: Marie is zeer gemoedelijk en spreekt het publiek
meermalen toe, als vader en moeder. Echter merkte zij op
dat Marie, evenals de andere plhouder, weleens op zeer
luidruchtige wijze de visch te koop aanbiedt.
De bewoner van perceel Ten Katestraat 125ᵃ A Burgemeester
verklaart daartegenover dat zijn vrouw dikwijls heeft ge-
hoord dat Marie af en toe vreeselijk te keer gaat en het
haar concurrenten zeer lastig maakt.
Mevr. J. Wiegman, Ten Katestraat heeft eenige weken geleden een
klacht ingediend dat Marie liederlijke taal bezigd op de markt.
De plh. W Deconis is wegens wangedrag 14 dagen geschorst
en heeft mij later medegedeeld dat hij zich heeft laten
meeslepen tot onverantwoordelijk optreden, doordat Marie
hem heeft getreiterd en gepest. (Zie rapport Wijsmuller 4/6 '39)
Het anonieme schrijven van de bewoners is niet nader te
onderzoeken en is m.i. geen verdere aandacht waard,
daar dergelijke schrijven als regel laf en onbehoorlijk is.
Vervolgens verwijs ik naar de door mij uitgebrachte rapporten
en adviezen betreffende Marie Jansen. P/w 6/7 '38: 12/9 '38:
dd 22/9 '38: 2/11 '38: dd 21/11 '39.
Amsterdam 26 October 1939
[handtekening, vermoedelijk Wils of Wij] Het document is een verzameling getuigenverklaringen over het professionele en persoonlijke gedrag van een zekere Marie Jansen op de markt in de Ten Katestraat. De verklaringen schetsen een gemengd beeld:
* Concurrentie: Verschillende andere "plekshouders" (plh.) zoals de familie Tol en G. Koning klagen over "unfaire concurrentie" en "onbehoorlijke" methoden, hoewel zij zich liever niet officieel met de zaak bemoeien.
* Gedrag: De meningen over haar houding lopen sterk uiteen. Een bewoonster (Mevr. Vijde) noemt haar "zeer gemoedelijk", terwijl anderen (Mevr. Wiegman en A. Burgemeester via zijn vrouw) spreken over "vreeselijk te keer gaan" en het gebruik van "liederlijke taal".
* Incidenten: Er wordt verwezen naar een specifiek incident waarbij een collega (W. Deconis) werd geschorst, die claimde dat hij door Marie Jansen getreiterd werd.
* Conclusie rapporteur: De ambtenaar die het verslag opstelt, lijkt een nuchtere houding aan te nemen. Hij verwerpt een anonieme klachtbrief als "laf" en verwijst naar een lange lijst van eerdere rapportages over dezelfde persoon, wat impliceert dat Marie Jansen een bekende "probleemgeval" was voor de autoriteiten. Dit verslag dateert van oktober 1939, een periode waarin Nederland nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, maar de spanningen in Europa voelbaar waren. In de lokale microkosmos van de Amsterdamse Ten Katemarkt (een markt die nog steeds bestaat in Amsterdam-West) draaide het leven echter gewoon door, inclusief de dagelijkse strubbelingen tussen marktkooplieden.
Het document biedt een interessant inkijkje in de sociale controle en de handhaving op de Amsterdamse markten in die tijd. Het gebruik van termen als "liederlijke taal" en de nadruk op "onbehoorlijkheid" weerspiegelt de morele normen van de jaren dertig. De vishandel ("de visch") was blijkbaar Marie's nering, een luidruchtig vak dat vaak aanleiding gaf tot klachten over geluidsoverlast bij omwonenden. De lijst met eerdere rapportdata onderaan suggereert dat Marie Jansen een dossier had dat al minstens anderhalf jaar liep.