Onderzoeksverslag / Politierapport betreffende marktoverlast.
Origineel
Onderzoeksverslag / Politierapport betreffende marktoverlast. Vermoedelijk oktober 1939 (gebaseerd op de vermelding "Maandag 16 October j.l." en de politieke context). [Marginaal:]
27/107/1 sl.
27/107/2 M.
Onderzoek Marie Jansen
[Hoofdtekst:]
In opdracht van den Directeur heb ik een onderzoek ingesteld naar de ingekomen klachten betreffende het ergelijk optreden van Marie Jansen op de Vischmarkt, Ten Katestraat.
De verklaringen en mededeelingen van B. Wagenaar en L. Biet op Maandag 16 October j.l. in de Kamer van den Directeur zijn bekend en behoef ik dus niet te releveeren.
De plh: G.C. Bagman, verklaart dat Marie Jansen de joden kwalificeert als het uitschot van de natie. Hij heeft, als vischkoopman die tot oordelen in staat is, geconstateerd dat Marie dezelfde kwaliteit snoekbaars onderverdeelt in twee soorten. Als zij door het te koop aanbieden van zeer lage prijzen de koopers voor haar stal had gelokt dan beweerde zij dat de goedkoopere soorten slecht van kwaliteit was, en daarna verkocht zij dezelfde kwaliteit voor de gangbare duurdere prijzen. Op een dag had hij gehoord dat L. Biet had opgemerkt dat de koopers gerust de goedkoopere snoekbaars konden nemen aangezien deze dezelfde kwaliteit was. Daarna heeft Marie eenige vischkieuwen en een heel groot mesch gegooid, dat rakelings langs L. Biet zijn hoofd tegen zijn arm aankwam. Vervolgens heeft zij geweldig te keer gegaan en geschreeuwd dat het tijd wordt dat Hitler hier komt om dat jodentuig te verdrijven. In bijzijn van [naam onleesbaar] heeft Marie den plh. J. Knips uitgescholden toen deze haar een opmerking maakte dat zij op misleidende wijze de visch te koop aanbood.
De plh M Elzas, verklaard dat hij liever buiten deze kwestie blijft daar v.i. L Biet ook niet zoo lekker is. Hij betreurt het dat Marie de joden scheld en anti-semitische uitlatingen bezigt. Daarom heeft hij den brief geteekend.
De plh B Elzas verklaard dat Marie de menschen opstookt om niet bij joden te koopen. Hij voegt er nog aan toe dat zij een laagstaand twistziek mensch is.
De plh J Knips heeft den brief geteekend omdat Marie op unfaire wijze concurreert. Hij deelt eveneens mede dat L Biet ook niet zoo lekker is, en de prijzen stuk maakt dewijl hij ook wel eens grof en minder beschaafd optreedt.
De plh A Cateye verklaart dat Marie op zeer unfaire wijze concurreert. Eenige ongewasschen onmogelijk gemaakte tusschenprijzen zij her goedkoop aan. Als hij op die wijze koopers heeft gelokt dan zegt zij: "Kijk die stinkrommel verkoopen mijn concurrenten, maar die verkoop ik niet." Het document is een verslag van een onderzoek naar Marie Jansen, een verkoopster op de vismarkt in de Ten Katestraat te Amsterdam. De kern van de klachten is drieledig:
1. Anti-semitisme en agressie: Jansen gebruikt grove antisemitische scheldwoorden ("uitschot van de natie", "jodentuig") en spreekt de hoop uit dat Hitler de Joden zal verdrijven. Ze vertoont fysieke agressie door visafval en een mes naar een collega (L. Biet) te gooien.
2. Misleiding van consumenten: Ze past een 'bait-and-switch' tactiek toe door klanten te lokken met lage prijzen voor zogenaamde mindere kwaliteit, om vervolgens dezelfde vis als dure kwaliteit te verkopen.
3. Oneerlijke concurrentie: Ze stookt klanten op om niet bij Joodse handelaren te kopen en besmeurt de waar van haar concurrenten ("stinkrommel").
Opvallend is dat de getuigen (aangeduid met 'plh', waarschijnlijk 'plaatshebbende' of 'plaatsverkoper') niet onverdeeld positief zijn over het slachtoffer, L. Biet. Men vindt hem blijkbaar ook niet "lekker" (makkelijk in de omgang) en hij zou de prijzen bederven, maar de gedragingen van Marie Jansen worden door alle partijen als excessief en onacceptabel beschouwd. Dit document stamt uit oktober 1939 (gebaseerd op de kalender waarbij 16 oktober op een maandag viel in het Hitler-tijdperk). Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de spanningen in de maatschappij namen toe. De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was een plek waar verschillende bevolkingsgroepen samenkwamen.
De expliciete verwijzing naar Hitler ("dat het tijd wordt dat Hitler hier komt") toont aan hoe de nationaalsocialistische ideologie destijds al doorsijpelde in het dagelijks leven en de onderlinge verhoudingen op de Amsterdamse markten, nog vóór de Duitse bezetting in mei 1940. De rode onderstrepingen in de tekst wijzen erop dat de autoriteiten (de Directeur van de Markt of de Politie) deze specifieke antisemitische en opruiende uitspraken als de meest ernstige overtredingen beschouwden. B. Wagenaar G.C. Bagman J. Knips L. Biet M. Politie