Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 547
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtsbrief / memo.

27 januari 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("ALHIER").

Origineel

Ambtsbrief / memo. 27 januari 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("ALHIER"). [In rood potlood:] Verzonden 27/1 [onleesbaar krabbeltje]

SV [getypt rechtsboven]

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen

A L H I E R.

46c/8/1 b M. 2 27 Januari 1943.

Uitsluiting verdeeling P.H. Zwarts.

In bijlage dezes doe ik U toekomen afschriften
van op 13 en 16 Januari jl. door een ambtenaar
van mijn Dienst opgemaakte rapporten, waaruit blijkt
dat P.H. Zwarts, Pretoriusstraat 33 II, alhier, zich
heeft schuldig gemaakt aan overtreding van het
Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit
1941, doordat hij visch buiten de verdeeling aan
den afslag om heeft betrokken.
Op grond hiervan heb ik Zwarts voornoemd voor-
loopig van de verdeeling visch en mosselen geschorst.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen
bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester,
Zwarts voor onbepaalden tijd van de verdeeling van
visch en mosselen aan den afslag alhier wordt uitge-
sloten.

De Directeur,

[Handtekening/Paraaf] Deze brief is een formeel administratief document waarin een directeur een wethouder adviseert over een strafmaatregel tegen een burger. De kern van de zaak is een overtreding van de distributiewetten.

P.H. Zwarts, woonachtig in de Pretoriusstraat te Amsterdam, wordt beschuldigd van het illegaal betrekken van vis buiten de officiële afslag (de visveiling) om. Dit werd in oorlogstijd gezien als een economisch delict omdat het de gecontroleerde voedseldistributie ondermijnde. De directeur heeft Zwarts al voorlopig geschorst en verzoekt de wethouder om bij de burgemeester aan te dringen op een definitieve uitsluiting "voor onbepaalden tijd". Dit betekende in de praktijk dat de man zijn recht op het inkopen of ontvangen van vis en mosselen via de legale kanalen verloor. Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van grote schaarste en een streng distributiesysteem. De "Visscherijbesluiten" waren bedoeld om elke kilo geproduceerd voedsel onder controle van de overheid te houden.

De locatie, Pretoriusstraat 33 II, ligt in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Dit was van oudsher een buurt met veel Joodse inwoners. In 1943 was de Jodenvervolging in Amsterdam in volle gang; veel bewoners van deze straat werden in deze periode gedeporteerd. De bureaucratische taal in de brief ("beleefd in overweging wel te willen bevorderen") contrasteert scherp met de grimmige realiteit van honger, tekorten en politieke onderdrukking waarin dergelijke besluiten werden genomen. De burgemeester van Amsterdam was in die tijd de pro-Duitse Edward Voûte.

Samenvatting

Deze brief is een formeel administratief document waarin een directeur een wethouder adviseert over een strafmaatregel tegen een burger. De kern van de zaak is een overtreding van de distributiewetten.

P.H. Zwarts, woonachtig in de Pretoriusstraat te Amsterdam, wordt beschuldigd van het illegaal betrekken van vis buiten de officiële afslag (de visveiling) om. Dit werd in oorlogstijd gezien als een economisch delict omdat het de gecontroleerde voedseldistributie ondermijnde. De directeur heeft Zwarts al voorlopig geschorst en verzoekt de wethouder om bij de burgemeester aan te dringen op een definitieve uitsluiting "voor onbepaalden tijd". Dit betekende in de praktijk dat de man zijn recht op het inkopen of ontvangen van vis en mosselen via de legale kanalen verloor.

Historische Context

Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van grote schaarste en een streng distributiesysteem. De "Visscherijbesluiten" waren bedoeld om elke kilo geproduceerd voedsel onder controle van de overheid te houden.

De locatie, Pretoriusstraat 33 II, ligt in de Amsterdamse Transvaalbuurt. Dit was van oudsher een buurt met veel Joodse inwoners. In 1943 was de Jodenvervolging in Amsterdam in volle gang; veel bewoners van deze straat werden in deze periode gedeporteerd. De bureaucratische taal in de brief ("beleefd in overweging wel te willen bevorderen") contrasteert scherp met de grimmige realiteit van honger, tekorten en politieke onderdrukking waarin dergelijke besluiten werden genomen. De burgemeester van Amsterdam was in die tijd de pro-Duitse Edward Voûte.

Gerelateerde Documenten 1