Archiefdocument
Origineel
20 december 1943. No. 46/C/D/I/8 M. 1943 22/n
Amsterdam. 20 Dec. 1943.
Aan den Heer Inspecteur
van het Marktwezen
Afd: Visch
te Amsterdam.
M.
Hoe U zich nog wel zal herinneren
ben ik voor onbepaalden tijd
uitgesloten voor het betrekken
van visch van de vischafslag
alhier, een en ander in verband
met een plaats gehad hebbende
overtreding, betreffende het ver-
koopen van te dure visch, gepleegd
door mijn schoonzoon H. Boots-
ma wonende te Monnikendam.
Daar ik niets met deze zaak
uitstaande heb en ook niet heb
gehad verzoek ik U beleefd het
door U genomen besluit te willen
herzien en mij als nog in de
gelegenheid te stellen weder om De brief is een formeel verzoek tot herziening van een opgelegde sanctie. De schrijver is door de inspectie voor onbepaalde tijd uitgesloten van de Amsterdamse visafslag. De aanleiding voor deze straf was een overtreding van de prijsvoorschriften ("verkoopen van te dure visch") begaan door zijn schoonzoon, H. Bootsma uit Monnikendam. De schrijver distantieert zich van deze handelingen en claimt onschuld, met als doel zijn toegang tot de afslag – en daarmee zijn bron van inkomsten – te herstellen. Dit document dateert uit het vierde jaar van de Duitse bezetting van Nederland. Vanwege de voedselschaarste hanteerde het Marktwezen strikte prijscontroles en een distributiesysteem. De handel in goederen boven de vastgestelde maximumprijzen werd gezien als een economisch delict en streng bestraft. De brief illustreert hoe familiebanden in die tijd konden leiden tot zakelijke sancties ("schuld door associatie") en hoe ondernemers probeerden via officiële weg hun nering veilig te stellen bij de controlerende instanties. H. Boots H. Bootsma M. Marktwezen