Proces-verbaal (Economisch delict)
Origineel
Proces-verbaal (Economisch delict) CENTRALE CONTRÔLEDIENST
AFDEELING SPIJSVETTEN EN VISSCHERIJ
Nij.
PRO JUSTITIA.
No. 46ᶜ/10/1 M. 1943 [handgeschreven: 27/1]
[Handgeschreven in de rechterbovenhoek:]
m. v. o. verl. afdoen en voorstel aan Well 4 maanden
PROCES-VERBAAL No.
CONTRA: Naam: de Rooy
Voornamen: Henriette, Johanna
Geboren: 26.9.1898 te Doetichem Gem. Doetichem Prov. Geld.
Beroep: Winkelierster in visch
Georganiseerd bij: Nederlandsche Visscherij Centrale onder No. 9542.
en toegelaten tot de groep: Kleinhandelaren in visch
Woonplaats: Amsterdam Gem. Amsterdam Prov. Noord-Holland.
Adres: Gravenstraat 28
Nationaliteit: Nederlandsche.
Verdacht van: overtreding van artikel 1 van de Prijzenbeschikking 1940 No. 1 en art. 12 van de Prijzenbeschikking Sprot en Zeebliek 1942. art. 5 van het 2e Uitv. Besluit v.h. Visscherij besluit 1941.
Korte omschrijving: Het verkoopen van gestoomde schar boven den toegestanen prijs; het afleveren van verpakte gezouten ontkopten zeebliek, zonder calculatie van den verkoopprijs bij de Nederlandsche Visscherij Centrale te hebben ingediend. Het betrekken van visch, bestemd voor de Vischvoorziening van de Gem. Amsterdam, anders dan over den opslag.
Bevel tot inverzekeringstelling afgegeven: neen.
Bijlagen: Staat van inlichtingen, erg. verklaring.
P R O C E S - V E R B A A L .
Ondergeteekenden Willem van der Zee, oud 53 jaar, wonende Mahustraat 16 te IJmuiden en Meindert Eduard Donker Duyvis, oud 53 jaar wonende Bosboom Toussaintlaan 2 te Bussum, beiden controleur Centrale Contrôledienst, verklaren als volgt:
Op Dinsdag den 8sten December 1942 te ongeveer 13 uur, bevonden wij ons, in onze voormelde kwaliteit in perceel, Gravenstraat No. 28 binnen de Gemeente Amsterdam, waar een vischwinkel gevestigd is.
In de etalage van genoemden winkel, stond een kistje met gestoomde schar, welke schar geprijsd stond voor 20 cent per 100 gram. Daar wij vermoedden, dat de gestoomde schar boven den vastgestelden maximum prijs te koop werd aangeboden, begaven wij ons in den winkel en zagen, dat aan 2 personen de gestoomde schar uit het kistje verkocht werd voor 20 cent per 100 gr.
Nadat wij ons in onze functie bekend hadden gemaakt, maten wij de gestoomde schar en constateerden, dat deze de maat hadden van 15 t/m 24 c.m., waarvoor door den Gemachtigde voor de Prijzen een prijs is vastgesteld voor verkoop aan den consument van ten hoogste 13 cent per 100 gram. (Bericht no. 120).
Daarna spraken wij met de verkoopster van de gestoomde schar, die desgevraagd opgaf te zijn:
---------- HENRIËTTE JOHANNA DE ROOY ----------
geboren te Doetichem 26 September 1898, Nationaliteit Nederlandsche, van beroep winkelierster in visch, wonende Gravenstraat 28 te Amsterdam. Deze gegevens zijn gecontroleerd aan de hand van haar persoonsbewijs en juist bevonden.
Zij verklaarde: "Ik ben niet met den prijs van de gestoomde schar bekend, de vorige maal mocht ik 20 cent vragen, maar de schar was toen grooter. Ik weet ook niet, wat of ik moet betalen op den Gemeentelijken vischafslag, daar de visch bij mij thuis bezorgd wordt en ik het briefje van de afslag morgen ontvang."
[Linkerbenedenhoek handgeschreven in rood:]
46ᶜ/10/1
46ᶜ/10/1 b * Delict: De kern van de zaak is prijsopdrijving. De verdachte verkocht gestoomde schar voor 20 cent per 100 gram, terwijl de wettelijke maximumprijs (gebaseerd op de grootte van de vis, 15-24 cm) op 13 cent lag.
* Verweer: De verdachte voert onwetendheid aan als excuus. Zij stelt dat zij de prijs baseerde op eerdere leveringen van grotere vissen (waarvoor de prijs van 20 cent blijkbaar wel was toegestaan) en dat zij de factuur van de afslag nog niet had ontvangen.
* Administratieve overtredingen: Naast de prijsvóórtzetting wordt zij beschuldigd van het niet indienen van prijsberekeningen voor "zeebliek" (een soort haring/sprot) en het omzeilen van de officiële distributiekanalen (de opslag) voor de visvoorziening van Amsterdam.
* Functionarissen: De controleurs Van der Zee en Donker Duyvis voerden de inspectie uit. Hun namen en adressen duiden op een gecentraliseerde handhavingsstructuur tijdens de bezettingsjaren. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze jaren was er sprake van een schaarste-economie. De overheid stelde strikte maximumprijzen vast om inflatie en woekerwinsten op de zwarte markt tegen te gaan.
De Centrale Contrôledienst (CCD) was belast met het toezicht op de naleving van deze economische voorschriften. Voor kleine ondernemers, zoals deze viswinkelierster in de Gravenstraat (nabij de Dam), was de regeldruk enorm complex. De prijs van vis was niet alleen afhankelijk van de soort, maar ook van de bewerking (gestoomd) en de exacte lengte van de vis in centimeters.
De handgeschreven notitie "voorstel aan Well 4 maanden" suggereert een mogelijke strafeis of afdoening (wellicht een gevangenisstraf of een voorwaardelijke sluiting van de zaak), wat de ernst aangeeft waarmee dergelijke "economische misdrijven" in die tijd werden vervolgd. De schaarste maakte dat elke cent prijsverschil als een ondermijning van het distributiestelsel werd gezien. Gemeente Amsterdam