Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 555
Dossier 90
Jaar 1943
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie (doorslag of archiefexemplaar).

10 januari 1944. Van: De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke instelling of afdeling in Amsterdam). Aan: Den Heer P.H. Zwarts, Oetewalerstraat 46 huis, Amsterdam-Oost.

Origineel

Officiële brief/correspondentie (doorslag of archiefexemplaar). 10 januari 1944. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke instelling of afdeling in Amsterdam). Den Heer P.H. Zwarts, Oetewalerstraat 46 huis, Amsterdam-Oost. [Links boven:] 46c/8/1g'43 M.
[Midden boven, handgeschreven in paars:] Verzonden 10/1
[Rechts boven:] vB/SV

10 Januari 1944.

Den Heer P.H. Zwarts
Oetewalerstraat 46 huis
Amsterdam-Oost.
==============

Naar aanleiding van Uw brief d.d.
20 December jl. bericht ik U, dat er
dezerzijds geen aanleiding bestaat stap-
pen te doen tot kwijtschelding van de
U door den Burgemeester bij zijn brief
van 30 Maart 1943 opgelegde straf.

De Directeur, Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek om gratie of kwijtschelding. De heer P.H. Zwarts had op 20 december 1943 een brief gestuurd met het verzoek om een straf kwijt te schelden die hem op 30 maart 1943 door de Burgemeester was opgelegd. De "Directeur" antwoordt kort en zakelijk dat er geen aanleiding is om stappen te ondernemen voor deze kwijtschelding. De toon is strikt bureaucratisch en onverbiddelijk. Het document dateert uit januari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond het bestuur van Amsterdam onder streng toezicht van de bezetter; de burgemeester was destijds de collaborerende Edward Voûte.

De aard van de straf wordt niet gespecificeerd, maar het feit dat de burgemeester deze persoonlijk (per brief) had opgelegd, suggereert een administratieve of politiek getinte maatregel. Dit document illustreert de starheid van het ambtelijk apparaat in oorlogstijd, waarbij verzoeken van burgers om clementie stelselmatig werden afgewezen. De Oetewalerstraat in Amsterdam-Oost, waar de geadresseerde woonde, was een buurt die in die jaren zwaar getroffen werd door de maatregelen van de bezetter. P.H. Zwarts

Samenvatting

Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek om gratie of kwijtschelding. De heer P.H. Zwarts had op 20 december 1943 een brief gestuurd met het verzoek om een straf kwijt te schelden die hem op 30 maart 1943 door de Burgemeester was opgelegd. De "Directeur" antwoordt kort en zakelijk dat er geen aanleiding is om stappen te ondernemen voor deze kwijtschelding. De toon is strikt bureaucratisch en onverbiddelijk.

Historische Context

Het document dateert uit januari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond het bestuur van Amsterdam onder streng toezicht van de bezetter; de burgemeester was destijds de collaborerende Edward Voûte.

De aard van de straf wordt niet gespecificeerd, maar het feit dat de burgemeester deze persoonlijk (per brief) had opgelegd, suggereert een administratieve of politiek getinte maatregel. Dit document illustreert de starheid van het ambtelijk apparaat in oorlogstijd, waarbij verzoeken van burgers om clementie stelselmatig werden afgewezen. De Oetewalerstraat in Amsterdam-Oost, waar de geadresseerde woonde, was een buurt die in die jaren zwaar getroffen werd door de maatregelen van de bezetter.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 1