Pagina 2 van een ambtelijk Proces-Verbaal (economisch delict).
Origineel
Pagina 2 van een ambtelijk Proces-Verbaal (economisch delict). December 1942 (betreft feiten op 8 en 10 december 1942). -2-
Nij.
Bij informatie op den Vischafslag bleek, dat zij 15 pond gestoomde schar ontvangen had à 50 cent per pond.
Op Donderdag den 10den December 1942, te ongeveer 10.30 uur, bevonden wij ons wederom in genoemden winkel en zagen daar, dat genoemde H. de Rooy het laatste pakje, verpakte ontkopte gezouten bliek, verkocht aan een dame, die zich in den winkel bevond, voor den prijs van 19 cent, welke prijs ook door deze dame werd betaald.
Wij maakten juffrouw de Rooy er op attent, dat de toegestane prijs 16 cent voor verpakte gezouten ontkopte bliek per 100 gram is, waarop zij antwoordde: "Ik mag toch wel 3 centen voor het schoonmaken rekenen, als ik te duur ben, zal ik de drie centen terug betalen, waaraan ook door haar werd voldaan.
Vervolgens vroegen wij de verkoopster van de bliek, van wien zij de bliek betrokken had, en of wij de nota mochten inzien, waarop zij antwoordde; "Ik heb een vat gezouten bliek betrokken van W. Kwakkelstein te Vlaardingen, de nota ervan zal ik U morgen toonen. Ik ontkop de bliek, maak ze schoon en verpak ze in pakjes van 100 gram."
Op onze vraag of zij een vergunning had van de Nederlandsche Visscherij Centrale voor het bewerken van visch, antwoordde de juffrouw de Rooy voornoemd: "Neen Heeren, die heb ik niet, ik wist niet, dat ik daar een vergunning voor noodig had, ik ben wel aangesloten bij de Nederlandsche Visscherij Centrale."
Voor de door haar verkochte bewerkte zeebliek, had zij geen calculatie van den verkoopprijs bij de Nederlandsche Visscherij Centrale ingediend.
Voor gezouten ontkopte zeebliek, verpakt in pakjes van 100 gr. is een prijs vastgesteld, voor verkoop aan den consument van F.0,16 per 100 gram.
Door het verkoopen op Donderdag 8 December te Amsterdam, van gestoomde schar à F.0,20 per 100 gram, hoewel voor deze schar een prijs is toegestaan van ten hoogste F.0,12 per 100 gram en het verkoopen van gezouten ontkopte zeebliek à F.0,19 per 100 gram, zonder dat zij van den verkoopprijs een calculatie bij de Nederlandsche Visscherij Centrale heeft ingediend, waardoor zij een overtreding heeft begaan resp. van art.1 lid 1 van de Prijzenbeschikking 1940 No.1 en art.12 van de Prijzenbeschikking Sprot en Zeebliek 1942, alsmede door het als kleinhandelaar betrekken van visch, bestemd voor de vischvoorziening van de Gem. Amsterdam, anders dan over den afslag [marge: / aldaar], waardoor verdachte een overtreding heeft begaan van art. 5 van het 2e Uitv. Besluit van het Vischbesluit 1941, hebben wij H.J. de Rooy, voornoemd een Proces-Verbaal aangezegd.
Zij wenscht te berusten en te schikken.
Van dit P.V. zal een exemplaar worden ingediend bij den Ambt. voor de Tuchtrechtspraak te Amsterdam voor zoover het betreft de overtreding van het 2e Uitv. Besluit van het Vischbesl. 1941 en een exemplaar bij den Insp. v.d. Prijsbeh. te Amsterdam, voor zoover het betreft de overtreding van de Prijzenbeschikking 1940-I en de Prijzenbeschikking Sprot en Zeebliek 1942.
Hiervan is door ons dit proces-verbaal op ambtseed opgemaakt, geteekend en gesloten te IJmuiden,
[Linker marge, handgeschreven:]
M de Haer,
Mitsluiten?
[handtekening]
den [datum leeg] 1933
De Controleurs Landbouw Crisiswet
1933
W.v.d.Zee.
[handtekening]
M.E. [onleesbaar] Dit document is een verslag van een economische inspectie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de zaak is drieledig:
1. Prijsopdrijving: De verdachte verkocht vis (bliek en schar) voor prijzen die aanzienlijk boven de wettelijk vastgestelde maximumprijs lagen (bijv. 19 cent in plaats van 16 cent voor bliek).
2. Vergunningsvrije bewerking: De verdachte verwerkte de vis (ontkoppen en verpakken) zonder de vereiste vergunning van de Nederlandsche Visscherij Centrale.
3. Omzeilen van de visafslag: De verdachte kocht vis direct in (bijv. bij een firma in Vlaardingen) in plaats van via de officiële gemeentelijke afslag in Amsterdam, wat destijds verplicht was om de distributie en prijzen te controleren.
Opvallend is de verdediging van de winkelierster ("Ik mag toch wel 3 centen voor het schoonmaken rekenen"), wat duidt op de dagelijkse spanning tussen kleine ondernemers en de strenge crisishandhaving. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van een enorme schaarste aan voedsel. Om zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening eerlijk te verdelen, stelde de bezetter (en de Nederlandse bureaucratie die onder hen werkte) strikte distributieregels en maximumprijzen vast.
De Landbouw Crisiswet 1933, die oorspronkelijk was ontworpen om de boeren te steunen tijdens de depressie in de jaren '30, werd door de autoriteiten gebruikt als juridisch instrument om de volledige voedselketen te beheersen. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) hield toezicht op de visserijsector. Overtredingen zoals in dit document beschreven werden streng bestraft, vaak via de Tuchtrechtspraak, een snelle vorm van rechtspraak buiten de reguliere rechtbanken om, gericht op economische delicten.