Ambtelijke brief (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag). 10 februari 1943. De Directeur (vermoedelijk van de gemeentelijke visafslag of distributiedienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen te "Alhier" (waarschijnlijk Den Haag, gezien de straatnaam). [Handgeschreven in rode inkt bovenaan:]
Verzonden 10/2 [?]
[Rechtsboven getypt:]
HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
46c/10/1 b M. 1. 10 Februari 1943.
Uitsluiting verdeeling
Mej.H.J.deVrooy.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen afschrift van een proces-verbaal, opgemaakt door de ambtenaren Van der Zee en Donker Duyvis van den Centralen Contrôle Dienst, waaruit blijkt dat H.J. de Rooy, geboren 26 September 1898 en wonende Gravenstraat 28, alhier, zich onder andere heeft schuldig gemaakt aan het verkoopen van gestoomde schar boven den maximumprijs en het betrekken van gezouten bliek buiten de verdeeling aan den Afslag te dezer stede om.
In verband met deze overtredingen van de Prijzenbeschikking en van de bepalingen van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941, heb ik De Rooy voornoemd voorloopig van de verdeeling van visch aan den Afslag alhier geschorst, terwijl ik U beleefd in overweging geeft wel te willen bevorderen, dat genoemde De Rooy bij Besluit van den Burgemeester voor den tijd van vier maanden van de verdeeling van visch aan den Afslag alhier wordt uitgesloten.
De Directeur, * Functioneel: De brief dient als officiële voordracht voor een tuchtmaatregel tegen een handelaarster. Het is een communicatie tussen twee takken van het lokaal bestuur (de uitvoerende dienst en de verantwoordelijke wethouder).
* Inhoudelijk: Mejuffrouw H.J. de Rooy wordt beschuldigd van twee economische vergrijpen: prijsopdrijving (gestoomde schar) en illegale inkoop buiten de officiële kanalen (gezouten bliek). De directeur meldt dat hij haar reeds voorlopig heeft geschorst en verzoekt om een formele uitsluiting van vier maanden via de burgemeester.
* Taal en Stijl: Het document hanteert de formele ambtelijke stijl van de jaren '40 ("heb ik de eer U te doen toekomen", "beleefd in overweging geeft"). De spelling is deels vooroorlogs ("visch", "verdeeling", "Contrôle"). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem om tekorten te beheersen. De Centralen Contrôle Dienst (CCD), die in de brief wordt genoemd, was een gevreesde instantie die toezag op de naleving van prijsvoorschriften en het bestrijden van de zwarte markt.
"Economische delicten" zoals in deze brief beschreven (verkoop boven de maximumprijs), werden gezien als een ondermijning van de openbare orde en de voedselvoorziening. Straffen zoals uitsluiting van de afslag betekenden in de praktijk dat een handelaar gedurende die periode geen legale handel meer kon drijven, wat vaak leidde tot bedrijfsbeëindiging of gedwongen overstap naar de illegaliteit. De vermelding van "schar" en "bliek" (jonge haring of sprot) illustreert de vissoorten die destijds nog enigszins beschikbaar waren voor de lokale bevolking. H.J. de Rooy