Ambtelijke brief/rapportage betreffende een strafmaatregel.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage betreffende een strafmaatregel. 9 februari 1943. Onbekend (waarschijnlijk een inspecteur of functionaris van de visvoorziening), gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Rechtsboven:] vB/SV
[Midden boven, handgeschreven in rood:] Extra
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
46c/11/lb M. 1 9 Februari 1943.
straf J. Smit (Kabeljauw) Vischmarkt.
Hiermede bericht ik U, dat J.Smit (Kabeljauw),
Doolhof 53 te Volendam, op 27 Januari jl. van de hem
op den Vischafslag toegewezen 40 ½kg. zoetwatervisch,
slechts 25 ½kg. op de markt Dapperstraat heeft aange-
voerd, derhalve 15 ½kg. te weinig In verband hiermede
heb ik Smit voornoemd voorloopig van de verdeeling
van visch uitgesloten.
Volgens een in bijlage dezes overgelegd afschrift
van een brief van de Nederlandsche Visscherij Centrale
d.d. 26 Juni 1942, is Smit voornoemd destijds eveneens,
tot nader order uitgesloten van de verdeeling aan den
afslag te Volendam, wegens overtreding der prijsvoor-
schriften. Sinds begin October, toen de verdeeling
van zoetwatervisch onder de Volendammerhandelaren, aan
den afslag te Amsterdam plaats vond, is Smit daarop
weder in de verdeeling opgenomen.
In verband met de thans weder door hem begane
overtreding, heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel
te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burge-
meester Smit voornoemd voor onbepaalden tijd van de Dit document betreft een verzoek tot een zware sanctie tegen een viskoper uit Volendam, genaamd J. Smit (met de bijnaam of bedrijfsnaam "Kabeljauw"). De kern van de zaak is een geconstateerde onregelmatigheid in de visaanvoer:
* De overtreding: Op 27 januari 1943 kreeg Smit 40,5 kg zoetwatervis toegewezen voor de verkoop op de Dapperstraatmarkt in Amsterdam. Hij voerde echter slechts 25,5 kg aan. De resterende 15 kg was "zoek", wat in de context van de oorlogstijd bijna altijd betekende dat de waar op de zwarte markt was verkocht.
* Recidive: Uit het rapport blijkt dat Smit een bekende is bij de autoriteiten; hij was in 1942 al eerder uitgesloten van de visafslag in Volendam wegens het overtreden van de prijsvoorschriften.
* Voorgestelde straf: De auteur van de brief heeft Smit reeds voorlopig uitgesloten van de visverdeeling en verzoekt de Wethouder om bij de Burgemeester te pleiten voor een uitsluiting voor onbepaalde tijd. Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Gedurende deze periode was er sprake van extreme schaarste en een streng distributiesysteem voor levensmiddelen.
* Controle: Om de voedselvoorziening te beheersen en de zwarte markt tegen te gaan, werden handelaren strikt gecontroleerd door instanties zoals de Nederlandsche Visscherij Centrale.
* Zwarte Handel: Het achterhouden van voorraden (zoals de 15 kg vis in dit geval) was een veelvoorkomende manier om buiten het bonnensysteem om hoge winsten te maken, maar werd door de bezetter en de collaborerende overheid zwaar bestraft om de officiële distributie in stand te houden.
* Locatie: De koppeling tussen Volendam (herkomst van de vis en de handelaar) en Amsterdam (de afzetmarkt in de Dapperstraat) laat zien hoe de regionale voedselstromen destijds centraal werden gereguleerd. J. Smit