Archief 745
Inventaris 745-412
Pagina 599
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Dienstbrief van het Hoofdbureau van Politie Amsterdam.

2 april 1943. Van: De Waarnemend Politiepresident van Amsterdam (namens deze: Inspecteur van Politie, Chef der Economische Zaken).

Origineel

Dienstbrief van het Hoofdbureau van Politie Amsterdam. 2 april 1943. De Waarnemend Politiepresident van Amsterdam (namens deze: Inspecteur van Politie, Chef der Economische Zaken). [Linkerbovenhoek]
HOOFDBUREAU VAN POLITIE
No. 46/18/1a M. 1943
Dict. vdH/vdM.
Groep B.
Dossier P.1/43.
Lr. E.Z.No.1047/43.

[Rechterbovenhoek]
M 72 - 10000-11-42 K 9665
[Handgeschreven potlood:] rapport v- Poelstra bijvoegen
Amsterdam-C., 2 April 1943
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.

[Inhoud]
Ik heb de eer, U te berichten, dat dezer-
zijds onder No.536 d.d.22 Maart 1943, pro-
ces-verbaal is opgemaakt contra Pieter
VREES, geboren te Amsterdam, 15 November
1878, vischhandelaar, wonende Korte Prinsen-
gracht 25-I, alhier, en tegen zijn klein-
zoon Pieter VREES, geboren te Amsterdam,
19 Juni 1916, vischhandelaar, zaakdrijvende
van Woustraat 136, wonende Eemstraat 10
huis, alhier, t/z overtreding artikel 9
der Prijsopdrijvings- en Hamsterwet 1939,
artikel 4 Vleeschdistributiebeschikking
1942-I, artikel 4 van het Visscherijbesluit
1941, artikel 3 van het Visscherijbesluit
1942, artikel 8 2e lid van de Distributie-
regelingsbeschikking 1941 en artikel 5
van de Beschikking Verwerkende Industrie
1940, No.2.

[Ondertekening]
Coll.: [Paraaf]
De Wnd. Politiepresident.
namens dezen
De Inspecteur van Politie
Chef der Economische Zaken
[Signatuur] L. J. Ponné

[Geadresseerde]
Aan den Heer
Directeur van het Marktwezen
Jan v.Galenstraat 14
AMSTERDAM.

[Handgeschreven notities onderaan in rood en zwart potlood/inkt]
Th. Sichengh (?) met Ponné bespreken
Nadere gegevens omtrent de feiten bieden niet per se voor ons voldoende aanleiding verzoek tot intrekking van vergunning 7-4-43 [Paraaf] Dit document is een officiële kennisgeving van de Amsterdamse politie aan de Directie van het Marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een strafrechtelijk rapport (proces-verbaal) tegen twee generaties vismensen: Pieter Vrees (64 jaar) en zijn gelijknamige kleinzoon (26 jaar).

De lijst met overtreden artikelen is aanzienlijk en wijst op grootschalige fraude met distributiebonnen en prijsvoorschriften. Zij worden beschuldigd van:
1. Prijsopdrijving en hamsteren: Overtreding van de wet uit 1939.
2. Vleesdistributie-fraude: Hoewel zij vis-handelaren zijn, hebben zij blijkbaar ook regels omtrent vlees overtreden.
3. Visserijbesluiten: Het niet naleven van specifieke sector-regels uit 1941 en 1942.

De handgeschreven notitie onderaan is cruciaal voor de administratieve afhandeling: de ambtenaar die het document ontving, concludeerde op 7 april 1943 dat de feiten op dat moment nog niet zwaar genoeg wogen om de handelsvergunning van de heren Vrees direct in te trekken. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de schaarste aan voedsel en goederen nijpend. Om de voedselvoorziening te beheersen, voerde de bezetter (vaak via de bestaande Nederlandse bureaucratie) een strikt distributiesysteem en prijsbeheersing in. De 'Economische Rechter' en de afdeling 'Economische Zaken' van de politie hielden streng toezicht op de zwarte handel.

De Jan van Galenstraat, waar de geadresseerde gevestigd was, is de locatie van de Amsterdamse Markthallen (het Marktkwartier). De directeur aldaar had de bevoegdheid om standplaatsen en handelsvergunningen in te trekken bij misdragingen. Dit document toont de nauwe samenwerking tussen de politie en marktautoriteiten om de economische orde (onder Duitse controle) te handhaven. De familie Vrees was een bekende naam in de Amsterdamse vishandel; dergelijke rapporten konden het einde van een familiebedrijf betekenen als de vergunning daadwerkelijk werd ingetrokken.

Samenvatting

Dit document is een officiële kennisgeving van de Amsterdamse politie aan de Directie van het Marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een strafrechtelijk rapport (proces-verbaal) tegen twee generaties vismensen: Pieter Vrees (64 jaar) en zijn gelijknamige kleinzoon (26 jaar).

De lijst met overtreden artikelen is aanzienlijk en wijst op grootschalige fraude met distributiebonnen en prijsvoorschriften. Zij worden beschuldigd van:
1. Prijsopdrijving en hamsteren: Overtreding van de wet uit 1939.
2. Vleesdistributie-fraude: Hoewel zij vis-handelaren zijn, hebben zij blijkbaar ook regels omtrent vlees overtreden.
3. Visserijbesluiten: Het niet naleven van specifieke sector-regels uit 1941 en 1942.

De handgeschreven notitie onderaan is cruciaal voor de administratieve afhandeling: de ambtenaar die het document ontving, concludeerde op 7 april 1943 dat de feiten op dat moment nog niet zwaar genoeg wogen om de handelsvergunning van de heren Vrees direct in te trekken.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de schaarste aan voedsel en goederen nijpend. Om de voedselvoorziening te beheersen, voerde de bezetter (vaak via de bestaande Nederlandse bureaucratie) een strikt distributiesysteem en prijsbeheersing in. De 'Economische Rechter' en de afdeling 'Economische Zaken' van de politie hielden streng toezicht op de zwarte handel.

De Jan van Galenstraat, waar de geadresseerde gevestigd was, is de locatie van de Amsterdamse Markthallen (het Marktkwartier). De directeur aldaar had de bevoegdheid om standplaatsen en handelsvergunningen in te trekken bij misdragingen. Dit document toont de nauwe samenwerking tussen de politie en marktautoriteiten om de economische orde (onder Duitse controle) te handhaven. De familie Vrees was een bekende naam in de Amsterdamse vishandel; dergelijke rapporten konden het einde van een familiebedrijf betekenen als de vergunning daadwerkelijk werd ingetrokken.

Gerelateerde Documenten 1