Ambtelijke rapportage/notitie op een archiefkaart.
Origineel
Ambtelijke rapportage/notitie op een archiefkaart. 8 november 1939. De VKK L.D. Kater is na oproeping
20/10 '39, ondanks hij had beloofd 2 K per
week te zullen komen in gebreke gebleven.
Den 7 November en 8 November heeft hij een
losplaats ingenomen, hij heeft beloofd voort-
aan weer twee keer per week te zullen komen.
Ik stel voor deze kaart even aan te houden.
Echter heb ik hem medegedeeld dat indien
hij andermaal in gebreke blijft, dan de kaart
zal worden ingetrokken
Amsterdam 8-11 '39
Ten Katestraat [Handtekening] * Terminologie: "VKK" staat voor Vaste Kraam Kaarthouder, een term die in de Amsterdamse marktadministratie werd gebruikt voor kooplieden met een vaste staanplaats. De "kaart" in de tekst verwijst naar de fysieke vergunningskaart die recht gaf op die standplaats.
* Inhoud: Het document beschrijft een geval van marktverzuim. De heer Kater was na een eerdere oproeping op 20 oktober 1939 niet komen opdagen, ondanks zijn belofte om minimaal tweemaal per week aanwezig te zijn. Op 7 en 8 november is hij echter weer op de markt verschenen ("een losplaats ingenomen"). De controlerend ambtenaar (marktmeester) stelt voor om de vergunning vooralsnog niet in te trekken ("aan te houden"), maar heeft Kater wel formeel gewaarschuwd dat bij een volgend verzuim de kaart onherroepelijk zal worden ingetrokken.
* Vorm: Het betreft een zakelijke, handgeschreven notitie in blauwe inkt op een voorbedrukte of speciaal daarvoor bestemde archiefkaart. Het handschrift is een typisch voorbeeld van het Nederlandse kantoorschrift uit de jaren '30. De notitie dateert van november 1939, een periode van economische onzekerheid en militaire mobilisatie in Nederland vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was in deze tijd een drukke markt met veel kleine zelfstandigen.
De naam L.D. Kater verwijst zeer waarschijnlijk naar Levi David Kater (1904-1943), een Joodse marktkoopman die in de nabijgelegen Jan Hanzenstraat woonde. Dit document werpt een licht op de strikte regels waaraan marktkooplieden moesten voldoen om hun plek te behouden. Achteraf bezien krijgt deze ambtelijke waarschuwing een tragische lading: nog geen twee jaar na deze notitie zouden Joodse kooplieden door de Duitse bezetter van de markten worden geweerd. Levi David Kater werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een van de laatste administratieve sporen van zijn normale leven en werk als koopman in Amsterdam.