Handgeschreven briefje / correspondentie.
Origineel
Handgeschreven briefje / correspondentie. 3 november 1839 (gezien het schrift en de context van de spelling). Vermoedelijk P. Kalis (handtekening onderaan). Onbekend, geadresseerd als "Mijn heer!". Amsterdam 3 Nov 1839
Mijn heer!
Aangezien ik
heden morgen tegenberigt gekregen,
was het mij onmogelijk mijne
plaats op de markt te bezetten
Beleefd verzoek ik hiervan
nota te nemen
Hoogachtend
[Handtekening, vermoedelijk P. Kalis] * Inhoud: Het document is een korte, formele kennisgeving waarin de afzender zich verontschuldigt voor zijn afwezigheid op de markt van die dag. De reden is een "tegenberigt" (tegenbericht) dat hij die ochtend heeft ontvangen.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is beleefd en zakelijk ("Mijn heer", "Beleefd verzoek ik", "Hoogachtend"). De spelling "tegenberigt" is kenmerkend voor de 19e eeuw (vóór de spelling-De Vries en Te Winkel).
* Paleografie: Het handschrift is een vlot, hellend lopend schrift (cursief). De hoofdletter 'A' in "Aangezien" en de 'M' in "Mijn" zijn decoratief aangezet. De datum en plaatsnaam zijn rechtsboven geplaatst, wat destijds de standaard was voor formele correspondentie. In de 19e eeuw waren de marktplaatsen in Amsterdam aan strikte regels gebonden. Marktkooplieden hadden vaak vaste standplaatsen waarvoor zij pacht betaalden aan de gemeente. Wanneer een koopman zijn plek niet kon bezetten, was het essentieel om de marktmeester of de relevante autoriteit hiervan op de hoogte te stellen om sancties, zoals een boete of het verlies van de standplaats, te voorkomen. Dit briefje fungeert als een officieel bewijs van afmelding wegens onvoorziene omstandigheden (overmacht). P. Kalis