Archief 745
Inventaris 745-281
Pagina 129
Jaar 1939
Stadsarchief

Administratieve notitie of rapportage met betrekking tot markttoezicht.

30 november 1939 (met latere aantekeningen in december 1939).

Origineel

Administratieve notitie of rapportage met betrekking tot markttoezicht. 30 november 1939 (met latere aantekeningen in december 1939). (Tekst in zwarte inkt):
$N^o 27/133/M$

Bij inwilliging van de assistentie aan-
vrage van pch. J de Groot-Glasbeek, verzoek
ik te bepalen dat het uitdrukkelijk is verboden
om het zoontje J de Groot alleen achter den
stal te laten staan. Bijaldien de Vader of
Moeder niet aanwezig, moet m.i. niet worden
toegestaan dat het zoontje de bijouterieën
te koop aanbiedt.

Amsterdam 30 - 11 '39

(Aantekeningen in rode inkt en marge):
volgens trouwboekje, zoontje geb.
24 nov 1923 [Initialen]

Model briefje sturen 18/12 '39

Reeds dikwijls inzage gevraagd van geboortebewijs.
Groot-Glasbeek blijft evenzo in gebreke
het te sturen
s.v.p. oproepen 23/12 '39
opger. 29/12 '39 met trouwboekje
27-12-39
v/a inspecteur Het document is een interne instructie of besluit naar aanleiding van een verzoek om assistentie bij een marktkraam ('stal'). De kern van de zaak is de verkoop van 'bijouterieën' (sieraden) door een minderjarige, J. de Groot. De autoriteiten staan deze verkoop enkel toe onder direct toezicht van de ouders.

Er is sprake van een administratieve vertraging: de ouders hebben, ondanks meerdere verzoeken ("reeds dikwijls"), nagelaten een geboortebewijs te overleggen om de leeftijd en identiteit van de zoon te staven. Uit de rode aantekening blijkt dat uiteindelijk via het trouwboekje is vastgesteld dat de jongen is geboren op 24 november 1923, wat hem op dat moment 16 jaar oud maakte. De opeenvolgende data in de marge laten zien hoe de zaak gedurende de maand december 1939 werd afgehandeld, uitmondend in een officiële oproep voor de ouders op 29 december. In de jaren dertig was de straathandel in Amsterdam aan strikte regels gebonden. Marktinspecteurs en de politie zagen scherp toe op vergunningen en de aanwezigheid van minderjarigen bij kramen. Het verkopen van bijouterieën was een veelvoorkomende vorm van kleinhandel.

De datering (eind 1939) plaatst dit document in de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor de Duitse inval. Desondanks gaat de dagelijkse bureaucratie en de handhaving van marktverordeningen gewoon door. De afkorting "pch." staat waarschijnlijk voor pachter of pachtster, de persoon op wiens naam de standplaatsvergunning stond. De informele maar besliste toon van de inspecteur ("moet m.i. niet worden toegestaan") is typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd.

Samenvatting

Het document is een interne instructie of besluit naar aanleiding van een verzoek om assistentie bij een marktkraam ('stal'). De kern van de zaak is de verkoop van 'bijouterieën' (sieraden) door een minderjarige, J. de Groot. De autoriteiten staan deze verkoop enkel toe onder direct toezicht van de ouders.

Er is sprake van een administratieve vertraging: de ouders hebben, ondanks meerdere verzoeken ("reeds dikwijls"), nagelaten een geboortebewijs te overleggen om de leeftijd en identiteit van de zoon te staven. Uit de rode aantekening blijkt dat uiteindelijk via het trouwboekje is vastgesteld dat de jongen is geboren op 24 november 1923, wat hem op dat moment 16 jaar oud maakte. De opeenvolgende data in de marge laten zien hoe de zaak gedurende de maand december 1939 werd afgehandeld, uitmondend in een officiële oproep voor de ouders op 29 december.

Historische Context

In de jaren dertig was de straathandel in Amsterdam aan strikte regels gebonden. Marktinspecteurs en de politie zagen scherp toe op vergunningen en de aanwezigheid van minderjarigen bij kramen. Het verkopen van bijouterieën was een veelvoorkomende vorm van kleinhandel.

De datering (eind 1939) plaatst dit document in de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor de Duitse inval. Desondanks gaat de dagelijkse bureaucratie en de handhaving van marktverordeningen gewoon door. De afkorting "pch." staat waarschijnlijk voor pachter of pachtster, de persoon op wiens naam de standplaatsvergunning stond. De informele maar besliste toon van de inspecteur ("moet m.i. niet worden toegestaan") is typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 2